2013-08-17----- [Lüske / Chidda] <TELEGRAAF> "Liquidation Bertus Lüske, exposed rotten state of real estate industry"

(English below)

============

 

(click op de foto voor grotere versie)

 

LIQUIDATIE BERTUS LÜSKE, 10 JAAR GELEDEN, LEGDE VERROTTE VASTGOEDWERELD BLOOT

DE MOORDAANSLAG OP Bertus Lüske, vandaag exact tien jaar geleden, was meedogenloos en wreed. De volkse maar omstreden vastgoedbaron werd voor de ogen van vrouw en dochter doorzeefd. De liquidatie was het begin van een roerige tijd in de Amstetdamse vastgoedbranche, die veel te nauwe lijntjes bleek te hebben met de onderwereld. Heeft de vastgoedsector ervan geleerd?

Startschot voor onderwereldoorlog

door JOHN VAN DEN HEUVEL

Rechercheurs van de Amsterdamse criminele inlichtingeneenheid hadden Bertus Lüske nog zo gewaarschuwd. "Bertus je staat op een dodenlijst van de onderwereld, man. Wees voorzichtig!" is de onheilspellende boodschap aan de vastgoedbaron, die in de jaren negentig de niet vleiend bedoelde bijnaam 'Bulldozer Bertus' kreeg toebedeeld.

Maar eendrachtig zijn alias, walst Lüske over het advies van de CIE heen. Het wordt hem in de nacht van zaterdag 17 augustus 2003 fataal.

In feite was Bertus Lüske een gemakkelijk doelwit, samen met zijn vrouw en dochter liep hij vanuit Grand Café Frankendael aan de Amsterdamse Middenweg nietsvermoedend de nacht in. De familie wilde na een gezellige avond in het etablissement gezamenlijk terugrijden naar hun imposante villa in 't Gooi. Op het moment dat Bertus in zijn Range Rover stapte, stopte vlak naast zijn auto een Ford Galaxy. Een man met een automatisch wapen sprong uit de auto en vuurde door het raampje een kogelregen af op Lüske, die op de bijrijdersstoel zat. Hij stierf voor de ogen van zijn vrouw en kind.

De moord markeert om meerdere redenen een omslagpunt in de onderwereld. Tot de aanslag op Lüske was het zeer ongebruikelijk dat een slachtoffer in bijzijn van zijn gezin werd vermoord. De Amsterdamse onderwereld kende een soort erecode, die onder meer inhield dat een liquidatie niet in de privésfeer werd gepland. De daders van de moord op Lüske hadden lak aan de ongeschreven wet.

Bovendien maakte het politieonderzoek naar de aanslag duidelijk dat de verwevenheid tussen de Amsterdamse vastgoedwereld en het criminele milieu veel en veel groter was dan tot dan toe gedacht. Het doodschieten van Lüske toonde aan dat sommige 'cowboys' in dat wereldje bereid waren heel ver te gaan om hun miljoenenwinsten veilig te stellen. Met alle, soms dodelijke, signalen van dien.

Biecht

De eerste wake-upcall voor misstanden in de vastgoedbranche  kwam van topcrimineel John Mierenet, precies een jaar voor de dood van Lüske in augustus 2002. Het beruchte kopstuk gaf in een interview met deze krant toe dat talloze huizenblokken, die op papier toebehoorden aan vastgoedhandelaar Willlem Endstra, in werkelijkheid door grote criminelen waren gefinancierd. Mierenet investeerde met zijn maatje Sam Klepper 22 miljoen euro in vastgoed, maar toen de topcrimineel een deel van zijn geld terug wilde, stond er in het voorjaar van 2002 plotseling een huurmoordenaar voor zijn neus. De biecht van Mierenet toonde aan dat een deel van de Amsterdamse vastgoedscene door en door verrot was.

Politie en justitie zagen in dat de spanningen hoog opliepen en stuurden inlichtingenrechercheurs langs bij de grote vastgoedhandelaren, die volgens Mierent allemaal werden afgeperst door de onderwereld. Dat afpersen was een gevolg van een nieuwe tactiek, die een aantal topcriminelen deed besluiten niet meer in drugs te handelen, maar in stenen. Enkele huizenhandelaren hadden zich behoorlijk in de nesten gewerkt omdat ze zich niet realiseerden met wie ze nu eigenlijk zaken deden.

Ook Bertus Lüske werd hoogstwaarschijnlijk slachtoffer van de inschattingsfouten. Lüske, geboren uit een arm gezin met negen kinderen, begon zijn zakelijke loopbaan met een marktkraam in fruit, maar breidde snel uit met een kroeg. Het establissement werd omgebouwd tot discotheek en begin jaren zeventig kocht Bertus de omliggende panden in de Dapperbuurt in Amsterdam-Oost.

De voor de duvel niet bange Lüske ging in de jaren tachtig de strijd aan met de toen machtige kraakbeweging in de hoofdstad. Legendarisch was zijn conflict met krakers van het pand Lucky Luyk dat hij door een knokploeg liet ontruimen. Hij vergrootte zijn imperium als pandjesbaas met de aanschaf van panden in de omgeving, in de Watergraafsmeer en aan het Rembrandtsplein.

De aankoop van een discotheek, de Bayside Beachclub in de Halvemaansteeg, bracht Lüske een jaar voor zijn dood in conflict met een veel gevaarlijkere groep dan wat krakers, die hooguit een paar ijskasten uit kraakpanden smeten. Het pand was aanvankelijk in handen van de Kroonenberg Groep, geleid door Lesley Bambergen, een van de erven van vastgoedhandelaar Jaap Kroonenberg. Het pand werd via stromannen verhuurd aan 'de Sigaar', een bekende Amsterdamse drugsbaron. Na problemen over de huur, wilde de crimineel een schadevergoeding van de Kroonenberg Groep. Toen het conflict escaleerde, werd het pand tegen een weggeefprijs overgedaan aan Bertus Lüske, die vervolgens om de tafel moest met 'de Sigaar'.

Volgens de politie werden over en weer dreigementen geuit en onderschatte Lüske de kracht van zijn tegenstander. De vastgoedmagnaat werd zwaar bedreigd en kreeg zelfs een telefoontje dat hij uit het raam moest kijken. Toen Lüske dat deed, stond er buiten een man met een raketwerper op het huis gericht. Of het conflict met 'de Sigaar' Lüske inderdaad fataal werd, is nooit door de politie vastgesteld. De recherche achterhaalde wel dat de moordenaars tijdens de voorbereidingen nogal knullig te werk gingen.

Geprikkeld

Het groepje mannen met Noord-Afrikaans uiterlijk zat op een dag voor de moord op het terras van Het Monumentje, een café midden in de Amsterdamse Jordaan. Een van hen riep tegen niemand in het bijzonder: "Hé, café Frankendael is toch op de Middenweg?" Een ander in het gezelschap reageerde geprikkeld en maande tot stilte. Kort daarop reed een donkerblauwe Ford Galaxy de straat in, met daarachter een donkere Volkswagen Golf. Auto's van exact hetzelfde merk en type werden de volgende nacht gebruikt bij de moord op Lüske.

De vastgoedwereld reageerde geschokt op de moord op Bertus Lüske, maar leek tien jaar geleden weinig lering te trekken uit de risico's die kleefden aan het zakendoen met criminelen. Een woordvoerder van de Kroonenberg Groep verwoordde het indertijd met een verbazingwekkende nonchalance en gebrek aan moralitiet. "We kijken naar het zakelijk belang van een transactie en niet naar de morele opvattingen van degenen met wie we zakendoen. Onze directeur heeft daar altijd een duidelijke opvatting over: met varkens omgaan, wil nog niet zeggen dat je varkensvlees moet eten."

De vrijblijvendheid van vastgoedhandelaren om met eurotekens in de ogen deals te sluiten met criminelen, ging er jaren na de dood van Lüske wel vanaf. Er kwam meer geweld vanuit de onderwereld in de richting van vermogende stenenschuivers. Een jaar na Lüske was het de beurt aan Willem Endstra, die bij vastgoedtransacties als bank van de onderwereld fungeerde.

In de jaren daarna volgden 'klokkenluider' John Mierenet, Kees Houtman en onderwereldadviseur Evert Hingst, die in het conflict met Lüske en Kroonenberg nog optrad als advocaat van de Bayside Beachclub. Later valt nog een slachtoffer. Vastgoedhandelaar Peter Petersen, die in zijn auto voor hotel Jan Tabak in Bussum wordt geliquideerd, lijkt net als Lüske zijn hand te hebben overspeeld bij dubieuze transacties. In Den Haag wordt vastgoedhandelaar Victor 't Hooft vermoord.

De golf aanslagen en afpersingen zet justitie aan tot een offensief dat leidt tot arrestaties en (Bibob-)wetgeving om criminelen te dwarsbomen bij het witwassen via horecavastgoed. De gemeente Amsterdam koopt op grote schaal panden van seksbazen en criminelen om het onroerend goed uit de dubieuze handen te krijgen.

De moordenaars van Bertus Lüske en andere vastgoedhandelaren worden echter nooit gepakt. De laaste tijd duiken berichten op dat criminelen weer volop vastgoed aanschaffen en zakendoen met Amsterdamse huizenhandelaren, vooral op de Wallen. Tijd heelt misschien alle wonden, maar kennelijk niet de naïviteit en de ongebreidelde hebzucht van een deel van de vastgoedsector.

 

==================

(click on picture for bigger version)

 

LIQUIDATION BERTUS LÜSKE, 10 YEARS AGO, EXPOSED ROTTEN STATE OF REAL ESTATE INDUSTRY
 

The murder of Bertus Lüske, today exactly ten years ago, was ruthless and cruel. The popular but controversial real estate baron was filled with bullits in front of his wife and daughter. The liquidation was the beginning of a messy time in the Amstetdam real estate industry, which appeared to be too close to the mafia' world. Did the real estate industry learn from it?
 

Kick off for war in the mafia' world
 

By JOHN VAN DEN HEUVEL

Detectives of the Amsterdam' Criminal Intelligence Unit had already warned Bertus Lüske. "Bertus, you're on a death list of the mafia, man. Be careful!" Is the ominous message to the real estate baron, who was given the non-flattery nickname 'Bulldozer Bertus' in the nineties.

But alike his alias, Lüske ignores flat out the advice of the CIE. It will be fatal to him on Saturday, August 17, 2003.

In fact, Bertus Lüske was an easy target. Together with his wife and daughter, he walked into the night from Grand Café Frankendael to the Amsterdam' Middenweg. After a nice evening, the family wanted to return to their imposing villa in 't Gooi. As Bertus stepped into his Range Rover, a Ford Galaxy stopped right next to his car. A man with an automatic weapon jumped out of the car and shot Lüske several times, who was in the passenger's seat. He died before the eyes of his wife and child.

The murder marks a turning point in the mafia' world for several reasons. Until the attack on Lüske it was very unusual for a victim to be murdered in the presence of his family. The Amsterdam' mafia world had a sort of code of honor, which meant, among other things, that a liquidation was not carried out in the private sphere. The perpetrators of the murder of Lüske had lack abour this unwritten law.

In addition, the police investigation into the attack made it clear that the interconnection between the Amsterdam' real estate industry and the criminal world was much and much greater than thought to date. Lüske's shooting showed that some 'cowboys' in that world were willing to go very far to secure their millions of profits. With all, sometimes deadly, signals with it.

Confession

The first wake up call for wrongs in the real estate industry came from top criminal John Mierenet, exactly one year before Lüske's death in August 2002. The infamous leader admitted, in an interview with this newspaper, that countless blocks of houses, in the name of property dealer Willlem Endstra, were in fact funded by top criminals. Mierenet invested with his partner Sam Klepper 22 million euros in real estate, but when the top criminal wanted a part of his money back, in the spring of 2002, he was suddenly standing face to face with an assassin. The confession of Mierenet showed that part of the Amsterdam real estate industry was rotten through and through.

The police and the justice department noticed that the tensions rose sharply and sent intelligence detectives to the major property dealers, who, according to Mierenet, were all being exorted by the mafia. That extortion was a consequence of a new tactic, by which a number of top criminals decided to no longer deal in drugs, but in bricks instead. Some home traders were in deep shit because they did not realize with whom they actually did business with.

Bertus Lüske was also most likely the victim of such estimation errors. Lüske, born of a poor family with nine children, started his business career with a market stall in fruit, but expanded quickly with a bar. The establishment was converted into a discotheque and at the beginning of the seventies Bertus bought the surrounding buildings in the Dapperbuurt in Amsterdam-East.

Lüske, who wasn't afraid of anything, took in the eighties the fight on with the then powerful squatting movement in the capital. Legendary was his conflict with the squatters of the Lucky Luyk property that he had evicted by a team of muscle men. He expanded his real estate empire as a houses' boss  with the purchase of properties in the area, in the Watergraafsmeer and at Rembrandt Square.

The purchase of a discotheque, the Bayside Beach Club in the Halvemaan Steeg, brought one year before his death, Lüske into conflict with a far more dangerous group than some squatters, who threw at most a few fridges from (the roof of) their squats. The property was initially owned by the Kroonenberg Group, led by Lesley Bambergen, one of the heirs of real estate dealer Jaap Kroonenberg. The property was rented by middle men to 'The Cigar', a well-known Amsterdam' drugs baron. After problems about the rent, the criminal wanted a compensation from the Kroonenberg Group. When the conflict escalated, the property was transferred to Bertus Lüske for a very low price, who had then to negotiate with 'The Cigar'.

According to the police, threats were exchanged and Lüske underestimated his opponent's power. The real estate mogul was heavily threatened and even got a phone call that he had to look out of the window. When Lüske did, there was a man with a rocket launcher facing the house. Whether the conflict with 'The Sigar' indeed became fatal for Lüske was never established by the police. The detectives did found out however that the killers were rather stupid during the preparations.

On edge

The group of men with North African appearance sat one day before the murder on the terrace of Het Monumentje, a café in the middle of the Amsterdam' Jordaan. One of them shouted to no one in particular: "Hey, café Frankendael is on the Middenweg, right?" Another person in the group reacted on edge and silenced the man. Shortly thereafter, a dark blue Ford Galaxy came into the street, with a dark Volkswagen Golf behind it. Cars of the exact same brand and type were used the following night in the murder of Lüske.

The real estate industry reacted shocked to the murder of Bertus Lüske, but seemed to have learned nothing in those 10 years from the risks posed by criminals. A spokesman for the Kroonenberg Group expressed it at the time with an amazing nonchalance and lack of morality. "We look at the business importance of a transaction and not to the moral beliefs of those with whom we do business with. Our director always has a clear idea about how to handle this: "dealing with pigs does not mean you have to eat pork."

The nonchalance of the real estate traders to freely deal with criminals with euro signs in their eyes, did come to an end in the years after the death of Lüske. There was more violence from the mafia' world towards wealthy brick dealers. One year after Lüske, it was the turn of Willem Endstra, who functioned as a bank of the mafia world in real estate transactions.

In the years after, 'whistleblower' John Mierenet followed, as well as Kees Houtman and mafia' advisor Evert Hingst who, in the conflict with Lüske and Kroonenberg, was acting as a lawyer for the Bayside Beach Club. Later another victim was made. Real estate broker Peter Petersen, who was being liquidated in his car in front of hotel Jan Tabak in Bussum, seemed to have overplayed his cards in dubious transactions, just like Lüske. The property broker Victor 't Hooft is being murdered in The Hague.

The wave of attacks and extortions sets off an offense by the justice department, which leads to arrests and (Bibob)legislation to curb criminals in money laundering. The municipality of Amsterdam is buying on a large-scale houses of sex' bosses and criminals to get the property out of dubious hands.

However, the murderers of Bertus Lüske and other real estate traders are never caught. Recently, reports have surfaced that criminals again are buying again a lot of  real estate and are dealing with Amsterdam' home dealers, especially in the Red Light district. Time may heal all wounds, but apparently not the naivety and unbridled greed of a part of the real estate industry.