2003-08-17----- [Lüske / Chidda] Liquidatie Bertus Lüske ||| Liquidation Bertus Lüske

'Bulldozer' Bertus Lüske shot dead (YouTube movie)

(from the video description, English translation below):

Zaterdagavond 17 augustus 2003
Bertus Lüske, zoon van een slagersknecht, begon ooit als marktkoopman, avonturierde in de handel en in de horeca en legde zich rond 1980 helemaal toe op het onroerend goed. Geen kantoorkolossen, zoals andere lokale tycoons, maar het liefst 'kleine dingetjes'. Het leidde vrijwel direct tot heftige botsingen met de kraakbeweging.

In 1981 kocht Lüske bijvoorbeeld het krakersbolwerk de Lucky Luyk in de Jan Luykenstraat. Met krakers, redeneerde Lüske, kun je twee dingen doen: ze eruit procederen, of ze eruit slaan. Hij gaf de voorkeur aan het laatste: ''Daar ben ik simpel in: gaan jullie vanzelf of moeten we een handje helpen? Dus we hebben het schoongemaakt.''

De affaire rond de Lucky Luyk resulteerde in een van de grootste krakersrellen die Amstedam ooit heeft gekend. Een tram ging daarbij in de Van Baerlestraat in vlammen op. Uiteindelijk zag Lüske zich gedwongen het kraakpand weer te verkopen met, naar eigen zeggen, zes miljoen gulden verlies.

Van tijd tot tijd dook bij politie en justitie de vraag op hoe Bertus Lüske toch aan al die tientallen miljoenen kwam. Alleen met kleinschalige onroerend-goedhandel? Begin 1996 werd hij door de commissie-Van Traa gerekend tot de zestien 'ondernemers' die zo ongeveer de dienst uitmaakten op de Amsterdamse Wallen, en die 'min of meer ernstige criminele antecedenten en/of duidelijke criminele connecties' hadden.

Lüske werd in het rapport-Van Traa cryptisch omschreven als 'de plaatselijke onroerend-goedhandelaar B.', in deze krant gewoon als Bertus Lüske. Hij was furieus en gesecondeerd door een juridisch adviseur: hij was a. geen crimineel, b. hij kende helemaal geen criminelen, alleen maar mensen die steeds maar door de politie werden lastiggevallen, en c. de overheid probeerde altijd maar om hem in een kwaad daglicht te stellen.

Toch aarzelde Lüske niet zich in uitgesproken louche transacties te begeven, ook recent nog, en zelfs als dat resulteerde in doodsbedreigingen, zoals in het geval van de Bayside Beach Club in de Halvemaansteeg, vlak bij het Rembrandtplein. Het pand is lange tijd eigendom geweest van de Kroonenberg Groep van wijlen 'Ome Jaap' Kroonenberg. De Kroonenberg Groep verhuurde het onroerend goed weer aan een grote drugshandelaar.

De drugshandelaar probeerde er - met palmbomen, zand op de vloer, alsmede plastic haaien - een florerend, imitatie-Caribisch etablissement van te maken, maar helaas: de zaak liep voor geen meter. De drugshandelaar weigerde daarop nog langer huur te betalen aan de Kroonenberg Groep, Kroonenberg schakelde de deurwaarder in, en daarmee was een hoopglopend conflict geboren. De Kroonenberg Groep achtte het twee jaar geleden verstandiger het pand van de hand te doen, en verkocht het aan Lüske. Het conflict was daarmee echter niet opgelost: nu eiste de drugshandelaar vanwege het zakelijke debacle geld van Lüske.

Volgens bronnen bij de Amsterdamse politie liep dat conflict uiteindelijk zo hoog op dat zowel Lüske als zijn vriend, compagnon en lijfwacht, oud-bokser Rudy Koopmans, met de dood werden bedreigd. Lüske wilde in dat conflict echter niet van wijken weten. Het grootste project dat Lüske ooit onder handen heeft gehad was de aanschaf van het ADM-terrein, maar zijn omzet leed niet onder die kleinschaligheid: Quote taxeerde hem de laatste keer op een vermogen van 36 miljoen.

Hij bestierde zijn imperiumpje vanuit zijn imposante hoofdkantoor op de hoek Weesperzijde-Ruyschstraat, dat hij, zoals dat gewone jongens betaamt, van boven tot onder had gedecoreerd met tijgervellen, harnassen en andere prullaria. Zijn motto: ''Verkoop nooit iets te goedkoop. Ik ben een simpele man zonder diploma's, maar ik laat me de kaas niet van het brood eten.''
 

Archiefbeelden 17 augustus 2003
Camera Montage en Copyright:
Frank Buis/RoyalPress Amsterdam

-----------------

Saturday August 17, 2003
Bertus Lüske, son of a butcher's assistant, started as a market vendor, gained experience on the market and in the hospitality industry and around 1980 focused exclusively on the real estate industry. No office blocks, like other local tycoons, but preferred "small things." It led almost immediately to violent clashes with the squatters' movement.

In 1981 Lüske bought for example squatters stronghold Lucky Luyk in the Jan Luykenstraat. With squatters, argued Lüske, you can do two things: either you can get them out by legal procedures, or you can physically kick them out. He preferred the latter: "For me it’s obvious: are you going to leave by yourselves, or should we give you a hand? So we cleaned it out.''

The affair surrounding the Lucky Luyk resulted in one of the largest squatters riots Amsterdam has ever known. A tram in the Van Baerlestraat went up in flames. Lüske eventually was forced to sell the squat again, in his own words, with a loss of six million guilders.

The question surfaced from time to time by the police and the judiciary on how Bertus Lüske came to earn all the tens of millions he had. Just with small-scale real estate transactions? In early 1996, according to the Van Traa commission, Lüske was one of the sixteen 'entrepreneurs' who pretty much controlled the Amsterdam Red Light District, and had "more or less serious criminal antecedents and / or obvious criminal connections."

Lüske was cryptically described in the report Van Traa, as “ local real estate dealer B.” In the newspaper he was referred to with his actual name Bertus Lüske. He was furious and supported by a legal advisor: he was
-A. not a criminal.

-B. he absolutely didn’t know any criminals, only people who constantly got pestered by the police, and

-C. the government was trying to make him look bad.

Lüske still did not hesitate to get involved in obviously shady transactions, even recently, and even if it resulted in death threats, as was the case of the Bayside Beach Club in the Halvemaansteeg, near Rembrandt Square. The property has long been owned by the Kroonenberg group of the late 'Uncle Jaap' Kroonenberg. The Kroonenberg Group leased the property back to a major drug trafficker.

The drug trafficker tried - with palm trees, sand on the floor and plastic sharks - to create a thriving, imitation Caribbean establishment, but unfortunately, it didn’t work out. The drug trafficker then refused to pay rent to the Kroonenberg Group. Kroonenberg then hired a bailiff and thus a conflict was born. The Kroonenberg Group considered it wiser to get rid of the property two years ago, and sold it to Lüske. The conflict was not solved: now the drug trafficker demanded money from Lüske.

According to sources at the Amsterdam police, the conflict became so intense that both Lüske and his friend, companion and bodyguard, former boxer Rudy Koopmans, received death threats. Lüske however, didn’t want to back down in this conflict. Lüske’s biggest project ever was the purchase of the ADM site, but his revenue did not suffer from this small scale project: Quote valued his belongings the last time at a capacity of 36 million.

Steering his little empire from its imposing headquarters on the Weesperzijde-Ruyschstraat corner. Which he, like ordinary guys do, decorated from top to bottom with tiger skins, armory and other odds and ends. His motto: 'Never sell anything cheap. I am a simple man with no qualifications, but I won’t let let them eat my lunch'

Archive Footage August 17, 2003

Camerawork, Editing and Copyright:

Frank Buis/RoyalPress Amsterdam

====================================

'Bulldozer Bertus' Lüske (1944 - 2003)

(translated article, originally in Dutch, taken from the Crimesite Camilleri website)

Johannes Hubertus Lüske was born into a poor family with 9 children. His father was the son of a butcher. The young Bertus Lüske always had chores and jobs. At the age of 12 he became a market-trader and traveling sales-man. He started with fruit, which he sold from a rented "bakfiets". Lüske later in his life managed to get a license for street-trading.

Even before Lüske reached adulthood, he had several market stalls, and after a few years he took on a pub called The Old Lantern, which he gradually converted into a nightclub and after a while he bought the entire building. Next he bought himself a lampshade-store which was also converted into a pub, plus the seven surrounding buildings in order to prevent possible noise complaints. In those buildings he also established cafe's and restaurants. Eventually Lüske owned 15 small buildings on Amsterdam's Dapperplein and he was in the early 70s, thus gradually becoming a major player on the Amsterdam real estate market.

Problems with the squatters

In the autumn of 1982 Bertus Lüske made headlines on the front pages for the first time. He and some other muscled men evicted the notorious Lucky Luyk-squat in Amsterdam-South. It led to one of the biggest squatters' riots in the history of Amsterdam.

Video of (re)squat of Lucky Luyk here

Lüske had purchased the building at a public auction and led personally the eviction done by a "knokploeg" of about 20 man. The furious Lüske was spotted throwing (metal) garbage containers around. A few days after that confrontation, the squatters were back again, angry and prepared for a new confrontation. The city then bought the Lucky Luyk from Lüske and had the Mobile Unit (ME) evict the building. This led to riots that lasted late into the night, a complete tram (line 10) was set on fire and destroyed. Mayor Wim Polak declared the state of emergency and more than 100 squatters were arrested. Video of eviction here

Lüske was in the 80s and 90s quietly expanding his Christmas tree of real estate companies. In Amsterdam, those companies owned many businesses and even entire streets, especially in the center of town and in the Watergraafsmeer.

Lüske also owned property in Zandvoort, including a hotel and the casino.

He himself lived for a long time in a villa in Huizen, later on in Naarden.

Lüske's villa in Naarden (last known asking price: 17 million euro)

Really big did Lüske hit success in the 90s; He bought entire blocks of property at the Rembrandtplein. In the spring of 1997 he sold "Amstelhoek" for more than 26 million guilders to housing association "Het Oosten" that bought more property which had fallen into the wrong hands, according to the Amsterdam municipality.

With the proceeds of that deal, Lüske bought in May 1997 (for the sum of 27 million guilders) the former ADM ship-building yard, leaving Amsterdam municipality behind, which had offered one million less.

The dispute about that yard between him and Amsterdam municipality turned into a legal marathon, in which the municipality and Lüske contested each other in the courtroom over zoning permission and contract chain terms. According to Lüske, town hall officials had deliberately sent squatters to his property. The mutual distrust was enormous. On April 25, 1998 Lüske tried to evict, surrounded by some 15 tough guys, the site of the former Amsterdam Dry Dock Company (ADM). The police eventually put an end to the battle between the squatters and the eviction team. (video of this eviction attempt here)

Top- or underworld?

Bertus Lüske was no real estate magnate who frequently pumped tens of millions in office blocks such as Willem Endstra had done. Lüske was more a building dealer - houses, blocks and even complete streets sometimes, and dealt also in hotels, restaurants and cafe's.

Around 1999 Lüske bought the building that houses the municipal public library, as part of the the ongoing battle over the ADM (more details here)

In 2001 "Bulldozer Bertus' bought the Bayside Beach Club from the estate of the deceased property broker Jaap Kroonenberg. Lüske wanted to convert this one into a luxury nightclub, like those in Miami Beach. But to the property clung a problem: a reluctant tenant, which was the big Amsterdam drug dealer Robbie "The Cigar" Arkenbout. There was thus a conflict between Arkenbout and Lüske. The Kroonenberg Groep finally bought the property back and behind the scenes Lüske negotiated a settlement with "the Cigar".

Amsterdam CSI got information in 2000 that Lüske was more often in contact with criminals. According to this information; Lüske, Jan Femer, Mink Kok, Sam Klepper and John Mieremet were involved with international XTC-trafficking. Lüske was the financier of the group, but this information does not lead to significant action against Lüske.

The end of the Bulldozer

The fact that Lüske was involved in serious crime became obvious in the summer of 2003. Lüske had just returned from a holiday in France. On the Saturday night of August 16th he had a BBQ dinner with his wife and daughter at the grand café / restaurant Frankendael (which he owned). On their way out two men approached the group and one of them emptied his automatic weapon into Lüske who was about to get into the waiting car. Lüske died on the spot.

Who is behind the liquidation, is as of yet unknown. When Lüske was liquidated, property dealer Endstra was interviewed by the Amsterdam CSI. Endstra said that almost all high-profile assassinations were conducted by the group of Willem Holleeder, but precisely this particular murder of Lüske wasn't. Lüske had been, told Endstra, according to Holleeder, so stupid as not to comply to a debt of 375,000 guilders. But to whom Lüske owed that money was not revealed by Endstra...

 

========================

Here an article from "De Volkskrant" about the liquidation (in Dutch)

(english below)

Keiharde pandenbaas Lüske vermoord

Zaterdagnacht is de omstreden handelaar in onroerend goed Bertus Lüske (59) op brute wijze geliquideerd voor een restaurant van hem, Frankendael, aan de Amsterdamse Middenweg....

Door Marc van den Eerenbeemt 18 augustus 2003, 02:23

Lüske overleed ter plaatse. Zijn familieleden raakten niet gewond. De schutters verdwenen 'spoorloos', aldus een politiewoordvoerder. Hun veronderstelde vluchtauto werd later uitgebrand aangetroffen in Amsterdam Zuidoost. Dat maakt het voor de politie aannemelijk dat het gaat om een afrekening in het criminele circuit.

Lüske is een van de grootste vastgoedhandelaren van Amsterdam. In de Quote 500 (een jaarlijkse lijst met de namen van de rijkste mensen in Nederland) wordt hij genoteerd voor een persoonlijk vermogen van een kleine veertig miljoen euro. Tot zijn bekendste bezittingen behoren de voormalige ADM-scheepswerf in Amsterdam en de centrale bibliotheek aan de Amsterdamse Prinsengracht.

Bij Amsterdamse krakers lijkt het wel feest, sinds de moord op Lüske. De reacties op krakerssite squat.net spreken boekdelen over de reputatie van de omstreden Amsterdamse handelaar in onroerend goed. 'De vlag hangt al uit', schrijft een van hen. Een ander betreurt het niet te hebben kunnen meegenieten van dat 'heerlijke spektakel'.

Lüske ontwikkelde zich van marktkoopman en horecabaas tot keiharde pandenbaas. Voor de kraakbeweging was Lüske de gebeten hond toen hij in 1981 het beruchte kraakpand Lucky Luyk aankocht. Rond het pand woedde een ware veldslag, onder meer met Lüske en zijn mannetjes. Hij moest het uiteindelijkmet zwaar verlies van de hand doen.Een winst van tientallen miljoenen euro's dacht hij te gaan maken met het ADM-terrein; ruim veertig hectare eigen grond in Amsterdam. De krakers kreeg hij er echter niet weg, al probeerde hij dat wel.

Op een zaterdagmorgen in 1998 werden de bezetters ruw gewekt toen een zware shovel de tanden zette in de voorgevel. Lüske stond buiten met een ploeg mannetjesputters. Na een eis bij de rechtbank van vier jaar wegens poging tot doodslag werd hij in hoger beroep, vorig jaar, veroordeeld tot een maand voorwaardelijke celstraf en 3500 euro boete.

'Bulldozer Bertus' was ook geen vriend van de overheid. In oud-Amsterdam kocht de gemeente panden van hem op omdat sprake was van een ongewenste - lees: criminele - eigenaar. Hij zette dezelfde gemeente een hak door de centrale bibliotheek van de stad te verwerven: een statusobject aan de Prinsengracht.

Met de liquidatie van Lüske is de vastgoedwereld in de hoofdstad opnieuw in opspraak gekomen. Vorig jaar beschuldigde topcrimineel John Mieremet in De Telegraaf nog Lüskes vastgoedcollega Willem Endstra ervan te fungeren als 'bank van de onderwereld'. Dezelfde krant berichtte anderhalf jaar geleden over een conflict om panden nabij het uitgaanscentrum Rembrandtplein. De politie zou melding hebben gekregen van dreigende gewelddadigheden tussen verkoper, koper Lüske en een voormalig huurder die wegens verbouwingen nog enkele miljoenen tegoed zou hebben. Koper Lüske zou dat bedrag niet hebben willen betalen. Geruchten dat hetzelfde conflict recent heeft geleid tot (hernieuwde) waarschuwingen van de politie aan Lüske voor gewelddadigheden, wil de politie niet bevestigen.

Een 'kriminele Spekulantenkarrière' is teneinde, schrijven krakers op het internet. In een interview in Quote in 1998 zegt Lüske zelf nog: 'Niemand heeft mij kapot gekregen. Zelfs de krakers niet.' Zaterdagnacht liep het anders.

-------------

‘Brutal real-estate tycoon Lüske got killed’

 

Saturday night the controversial real estate broker Bertus Lüske (59) was brutally liquidated in front of a restaurant of his, Frankendael, at the Amsterdam’ Middenweg ....

By Marc van den Eerenbeemt
August 18, 2003, 02:23


Lüske died at the scene. His family members were not injured. The gunmen disappeared 'without a trace’, said a police spokesman. Their supposed getaway car was later found burnt-out in Amsterdam Southeast. That makes it plausible for the police that it is a settlement in the criminal circuit.

Lüske is one of the biggest real estate brokers in Amsterdam. In the Quote 500 (an annual list of the names of the richest people in the Netherlands), he is noted for a personal fortune of around forty million. Among his best known assets are the former ADM shipyard in Amsterdam and the central library on the Prinsengracht in Amsterdam.

The Amsterdam’ squatters are having a party it seems, since the murder of Lüske. The response on squatters’ [web]site squat.net speak volumes about the reputation of the controversial Amsterdam dealer in real estate. “We’re flying the flag”, writes one of them. Another regrets not having been able to share in that "wonderful spectacle."

Lüske developed from a market vendor and catering boss to a tough real estate tycoon. For the squatting movement Lüske was a prime target, since he in 1981 bought the infamous squat Lucky Luyk. Around the property a real battle raged, among others, with Lüske and his comrades. He had to sell this in the end with a severe loss. A profit of tens of millions of euros he hoped to make with the ADM terrain; over forty hectares of private land in Amsterdam. However, the couldn’t get rid of the squatters, although he tried.

On a Saturday morning in 1998 the occupiers were rudely awakened when a heavy-duty shovel put its teeth in the facade. Lüske was standing outside with a bunch of broad shouldered men. After an initial sentence by the courts for four years for attempted murder, he was on appeal, last year, sentenced to one month suspended prison sentence and a 3500 euro fine.

’Bulldozer Bertus’ was also not a  friend of the government. In old Amsterdam the municipality bought premises from him because there was an undesirable - i.e. criminal - owner. He got back at the same municipality by acquiring the [building of the] central library of the city: a status object on the Prinsengracht.

With the liquidation of Lüske the property sector in the capital is again been discredited. Last year kingpin John Mieremet accused in [newspaper] De Telegraaf, Lüske’s real estate colleague Willem Endstra, to act as ‘the bank of the maffia’. That same newspaper reported a half year ago about a conflict about buildings near the entertainment area Rembrandtplein. The police had been notified of impending violence between seller, buyer Lüske and a former tenant who, because of renovations still was owed several millions. Buyer Lüske didn’t want to pay that amount. Rumours that the same conflict has recently led the police to warn Lüske (again) for violence, the police doesn’t want to confirm.

A 'criminal real estate career’ has come to an end, squatters are writing on the internet. In an interview in 1998 in Quote, Lüske himself says: "No one has managed to destroy me. Not even the squatters." Saturday night things went differently.

========================

NRC 25-08-2003

(English translation below)

 

Rode rozen en Sinatra bij uitvaart Lüske


De vermoorde vastgoedbaas Lüske was gehaat bij krakers en verjaagde huurders. De gemeente Amsterdam weerde hem waar mogelijk. Maandag werd hij begraven.

Van onze verslaggever
Marc van den Eerenbeemt


"Zal het verdriet minder zijn, als bekend zou worden wie de moordenaar is? Nee", zegt Lindy Lüske maandag tijdens de afscheidsplechtigheid in de Oude Kerk in Huizen. Tien dagen na de aanslag op haar vader, vastgoedmagnaat Bertus Lüske, blijft voor haar de vraag: "Hoe konden ze ons dit aandoen?"

Lüske is maandag door familie, vrienden en bekenden herdacht in een vooral door muziek geschraagde plechtigheid. Ondanks de kerkelijke omgeving wordt hier niet aan religie gedaan. De troost komt van het Nederlandse levenslied, de levensbeschouwing van Frank Sinatra. Die zingt vanaf de plaat;

"That's life, that's what people say
You're riding high in April
Shot down in May"


Sinatra zingt verder 'Over opkrabbelen en weer overwinnen'.
Lüske kwam van ver, maakte het van marktkoopman tot pandenbaas met een vermogen van tientallen miljoenen.

In Huizen bewoonde hij in één van de grootste, mooist gesitueerde villa's van het dorp. Zoon Marcel beweert door te gaan met zijn levenswerk: "We geven nooit op."
Zaterdagnacht, een week geleden, werd Lüske doodgeschoten bij zijn auto aan de Amsterdamse Middenweg.

De onbekende daders zijn voortvluchtig. Het onderzoek is aldus een politiewoordvoerder, "in volle gang".

Aan de brute aanslag hangt de reuk van georganiseerde misdaad.
Maar Lüske was geen onderwereld, zeggen oud-zakenpartners. "Meer de onderkant van de bovenwereld", aldus een van hen.

Lüske werd gehaat door krakers en verjaagde huurders. De gemeente Amsterdam weerde hem waar dat mogelijk was, zonodig met terugwerkende kracht. De stad tastte enkele malen diep in de buidel om een aantal panden van Lüske over te nemen. Zijn zakelijke hardheid werd ook gisteren gememoreerd. "Elke gulden is er één" zei Lüske wel eens.

'Bertus hield van rode rozen' stond er in de rouwadvertentie. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. De begrafenisbegeleiders doen er twee songs van Sinatra en één Girl from Ipanema over om de grote bloemstukken de kerk uit te torsen. De familieleden vullen twee rouwkoetsen. Tientallen nieuwsgierigen volgen het laden van de bloemen.

Voor 'Bulldozer Bertus' deze keer geen shovel, maar een rouwkoets, lachen genodigden. Ze verwijzen naar de poging van Lüske om een haventerrein van hem met behulp van een shovel en een knokploeg van krakers te ontdoen.

Op begraafplaats Nieuw-Valkeveen in Naarden gaan de laatste tientallen meters van Lüske over rozenblaadjes.

--------------------

 

‘Red roses and Sinatra at funeral Lüske’
 

The murdered real estate tycoon Lüske was hated by squatters and displaced tenants. The municipality of Amsterdam fended him whenever possible. Last Monday he was buried.

(From our reporter)
Marc van den Eerenbeemt


‘Will the pain be less, if we know who the killer is? No”, says Lindy Lüske on Monday during the farewell ceremony in the Oude Kerk in Huizen. Ten days after the attack on her father, real estate tycoon Bertus Lüske, the question remains: ‘How could they do this to us?"

Lüske is on Monday commemorated by family, friends and acquaintances in a ceremony, that was under-pinned for the best part by music. Despite the church environment, religion has no place here. The consolation comes from the Dutch ‘Levenslied’ and the reminiscenses of life by Frank Sinatra. Singing from vinyl:

"That's life, that's what people say
You're riding high in April
Shot down in May”

Sinatra sings furthermore about “Picking yourself up from the floor and winning again.”

Lüske came from afar, made it from a market vendor to real estate tycoon with a fortune of tens of millions.

In Huizen he lived in one of the largest, most beautiful villa of the village. Son Marcel claims to continue his life's work, “We never give up."
Saturday night, a week ago, Lüske was shot dead in front of his car on the Amsterdam’ Middenweg.

The unknown perpetrators are fugitive. The investigations are, according to a police spokesman, "in full swing"
The brutal attack smells like organized crime.
But Lüske was not mafia, former business partners state. "More at the bottom of the upper world," said one of them.

Lüske was hated by squatters and displaced tenants. The municipality of Amsterdam banned him where possible, if necessary with retroactive effect. The city had to fumble deep into their pockets several times, to take on a number of premises of Lüske. His tough business attitude was also recalled yesterday. "Every guilder is one”, Lüske said sometimes.

'Bertus loved red roses" it read in the obituary. That message was picked up well. The funeral escorts needed two songs of Sinatra and one Girl from Ipanema to carry all the huge floral arrangements from the church. The family members filled two mourning carriages. Dozens of curious bystanders followed the loading of the flowers.

For 'Bulldozer Bertus' no shovel this time’, but a mourning carriage, guests said laughingly. They referred to the attempt of Lüske to rid a harbor terrain of his from squatters, using a shovel and a gang of muscle men.
At the cemetery Nieuw-Valkeveen in Naarden, the last few meters of Lüske are over rose petals.

===========

Article in NRC (August 21st. 2003):

(English translation below)

Een pagina vol afscheid van geliquideerde Lüske

Maandagochtend, zegt Wim Bohnen, begonnen de vrienden van Bertus Lüske al te bellen. ,,Wim, jongen, hoe doen we het met de advertenties?'' De avond ervoor was vastgoedondernemer Lüske door zijn criminele vijanden geluiqideerd.

21 augustus 2003

 

Wim Bohnen werkt bij De Telegraaf – op de advertentieafdeling. Hij kende Bertus Lüske goed, uit ,,de voetbalwereld''. Ze zaten altijd in hetzelfde vak bij Ajax. Hij heeft, zegt hij, een goede vriend verloren, ,,absoluut''. Tegen de uitvaartondernemer, Rebel uit Huizen, zei Wim Bohnen dat ze dit ,,even netjes moesten coördineren''. Eerst de familie, dan de goede vrienden, dan de minder goede vrienden, en daarna de kennissen en de zakenrelaties.

Dus staat vandaag in De Telegraaf op een hele pagina met rouwadvertenties voor Lüske het officiële afscheid van de familie bovenaan: ,,...mijn unieke man, onze fantastische vader en onze beste vriend''. En meteen eronder een gedicht van Lüskes vrouw, Janny. ,,Waarom? Waarom? Waarom? Wat heb jij misdaan, dat ons dit verdriet wordt aangedaan?''

Daarnaast staat een tekst van Lüskes zoon Marcel: ,,Ik had nog zoveel te bespreken. Maar gelukkig niets meer uit te praten.'' Dochter Lindy schrijft dat ze van haar vader houdt en hem nooit zal vergeten.

En dan is, na de vrienden die alleen met hun voornaam ondertekenen, oud-bokser en zakenpartner Ruud Koopmans aan de beurt. ,,Ze hebben onze beste gabber vermoord. Maar het recht zal zegevieren.''

Verderop op de pagina staan advertenties van Theo Heuft, oud-eigenaar van de luxueuze Amsterdamse sexclub Yab-Yum (,,Als een gedreven en vierkante man zullen wij je erg missen''). Levensliedzanger Dries Roelvink staat erop, met zijn vrouw (,,Nooit meer een duet'').

De laatste advertentie op de pagina is van Dick Grijpink, de omstreden directeur van Taxicentrale TCA in Amsterdam (,,Ongepolijst, moedig en markant. Amsterdam zal je missen.'')

Uitvaartondernemer Rebel uit Huizen is er trots op hoe het gegaan is. Hij ,,doet'' Bertus Lüske, zoals dat onder zijn vakgenoten heet. ,,Alles zelf aangeleverd in PDF-bestand.'' Hij noemt Wim Bohnen ,,commissaris Bohnen''. Die heeft hem, zegt hij, ,,erg goed begeleid''.

-------------------

A page full of farewells for liquidated Lüske

Monday, says Wim Bohnen, friends of Bertus Luske already started calling. ,, Wim, how are we gonna do the farewell advertisments? " The night before the real estate entrepreneur Lüske was liquidated by his criminal enemies.

August 21, 2003

Wim Bohnen works at De Telegraaf - the ad department. He knew Bertus Lüske well ,, from the soccer world." They always sat in the same box at the Ajax matches. He has, he says, lost a good friend, “absolutely”. Wim Bohnen tells the funeral director, Rebel from Huizen "to coordinate it neatly." First the family, then the close friends, then the less good friends, then acquaintances and finally business associates.

So today in De Telegraaf an entire page is filled with obituaries for Lüske, the official farewell of the family on top: ,, ... my unique man, our great father and our best friend." And immediately below a poem by Lüske's wife, Janny: “ Why? Why? Why? What have you done wrong that this suffering is put upon us? "

In addition, a text Lüskes by son Marcel: ,, I had so much to discuss. But fortunately no conflicts to work out anymore." Daughter Lindy says she loves her father and will never forget him.

And after this the friends only sign their first name, former boxer and business partner Ruud Koopmans turn: ,,They killed our best mate. But justice will prevail.''

Further down the page there are ads of Theo Heuft, former owner of the luxurious Amsterdam sex club Yab-Yum (,, As a passionate and broad-shouldered man we’ll miss you a lot ''). Singer Dries Roelvink has an advert on the page too, with his wife (,, Never ever a duet again '').

The last advertisement on the page is by Dick Grijpink, the controversial director of taxi dispatcher TCA in Amsterdam (,, Unpolished, bold and striking. Amsterdam will miss you. '')

Funeral entrepreneur Rebel from Huizen is proud of the course of events. He 'does' Bertus Lüske, as it is known among his colleagues in jargon. ,,Everything was delivered in PDF format.'' He calls Wim Bohnen ‘Commissioner Bohnen'. Who, he says “directed him very well”.

====================

[english below]

The book "De oorlog in de Amsterdamse onderwereld", by Bart Middelburg & Paul Vugts, which was published in 2010, has a complete chapter about Bertus Lüske (chapter 8)

You can read/download it here

‘De oorlog in de Amsterdamse onderwereld’ door: Bart Middelburg & Paul Vugts

Hoofdstuk 8 Ambulante handel
Bertus Lüske 1944 - 2003

Een rupskraan van ruim 80 ton rolde in de vroege zaterdagochted van 25 april 1998 van een dieplader, voor de gekraakte scheepswerf van voorheen de Amsterdamse Droogdok Maatschappij (ADM), diep in het Westelijk Havengebied van Amsterdam. In het kantoorpand voor de enorme loods lagen de krakers nog te slapen; het was pas een uur of zes. De kraanmachinist was niet alleen. Rond zijn machtige shovel liep een groep breedgeschouderde medewerkers van sloopbedrijf De Steenkorrel, aangevuld met wat zware jongens van wie sommige die nacht nog rond het Rembrandtplein als uitsmijter waren opgetreden. Het gezelschap werd aangevoerd door de eigenaar die zijn werf op de krakers kwam heroveren, vastgoedmiljonair Bertus Lüske.

Hij had, zo zou hij later verklaren, ‘de grootste kraan gepakt die hij maar kon vinden’, om na twee door de krakers en de politie verijdelde ontruimingspogingen eindelijk eens een begin te maken met de sloop van het kantoorgebouw dat de door hem zo gehate krakers tot hun broeinest hadden gemaakt. Het moest nu maar eens gebeuren, voordat de bezetters van zijn eigendommen hun plannen konden doorzetten voor een feest waarvoor ze vijftien gulden entree zouden vragen en waarop ze ‘pillen zouden verkopen’. De brutaliteit!

Op een fiat van het stadhuis wilde Lüske niet meer wachten. Dan maar zonder toestemming, zonder dat was vastgesteld dat de panden leeg waren en dus sloopklaar. ‘Bulldozer Bertus’, zoals hij de voorgaande decennia was gaan heten, dirigeerde de kraan vanaf het toegangshek van het ADM-terrein naar het kantoorgebouw. Voordat de eerste door het rumoer gewekte krakers hun vrienden konden waarschuwen, nam de grijparm happen uit de gevel. De gewezen portiersloge en de bovengelegen verdiepingen gingen eraan en meteen daarna ook de hoek van het gebouw, waar op tweehoog nog een paar krakers lagen te slapen. De wakker geschrokken kraakster Milou kon haar vriend Joachim nog nét uit het bed trekken dat seconden later door de grijper werd weggevreten, en beneden tussen het puin belandde. Om de hoek, aan de lange zijde van het kantoorpand, vloog het drumstel van kraker Guido hem om de oren, kraker Bernd stond naast zijn slaapplek oog in oog met de onverstoorbare kraanmachinist. Hij kon nog net wegspringen.

Beneden probeerde een kraker de sloopactie te stoppen door zijn vrachtwagen tussen de kraan en de gevel te parkeren, maar dat liep uit op een vechtpartij met Lüskes mannen. De knokploeg hield de protesterende krakers hardhandig op afstand, Lüske bemoeide zich ook met de opstootjes. Zelf zou hij later verklaren ‘misschien een beetje met mijn lichaam hebben gewerkt’, want hij was nu eenmaal ‘een beetje druk’. Dat hij klappen en een kopstoot had uitgedeeld en een kraker aan de nek had opgetild, zoals de krakers beweerden, ontkende hij. Dat zou zakelijk gezien immers onverstandig zijn. ‘Ik sla niet. Dat kan ik toch niet hebben met de banken?’ Zijn eigen advocaat kwam later met een iets aangepaste lezing, waarin Lüske ‘in paniek was geraakt en om zich heen was gaan slaan’, wat de raadsman ‘een beetje dom vond’, maar niet heel laakbaar.

De politie maakte met enige moeite een eind aan de illegale sloopactie en de schermutselingen, maar voor Lüske was het verhaal tot zijn grote verontwaardiging nog niet ten einde. Hij belandde ruim een maand in de cel, in voorarrest, vanwege onder meer poging tot moord of doodslag, bedreiging, mishandeling en vernieling, of het opdracht geven daartoe. Justitie eiste vier jaar cel, maar Lüske kwam er in 2002 uiteindelijk vanaf met een boete van 3500 euro en één maand cel voorwaardelijk. De straf viel mee omdat het vier jaar had geduurd voor de zaak was afgedaan, wat het Amsterdamse gerechtshof onredelijk lang vond.

Het akkefietje op de ADM-werf was het laatste in een lange reeks botsingen van Bulldozer Bertus met de krakers, en met het lokale bestuur. Botsingen in de letterlijke zin, veelal waarbij Lüske knokploegen zijn gekraakte panden in stuurde. Hubertus Johannes (Bertus) Lüske (1944) was een telg uit een arm gezin met negen kinderen. zijn vader was slagersknecht.

Thuis, op een bovenverdieping in de Dapperbuurt, wilde hij ook nog weleens clandestien koeien en varkens slachten, vertelde Lüske junior later graag. Pa Lüske was een begenadigd bokser. De oorlog had verhinderd dat hij tot de wereldtop was doorgestoten.

De jonge Bertus Lüske had altijd klusjes en baantjes. Als kind van negen werkte hij tijdens en na het spijbelen volop, bij de schillenboer, de ijzerboer, bij de marktkooplieden van de Dappermarkt. Als twaalfjarige werd hij standwerker en marktkoopman. Hij begon met rottende, zure kersen, die hij verkocht vanuit een gehuurde bakfiets. Later werd dat ander fruit. Hij leerde de belangrijkste les uit zijn leven, die hij tot zijn motto zou maken: ‘Verkoop nooit iets te goedkoop’. Wat goedkoop is zal wel slecht zijn, dat pruimen de mensen niet. Uiteindelijk haalde Lüske zijn diploma ambulante handel en hij schaamde zich er niet voor dat dat ‘het enige papiertje’ was dat hij bezat. ‘Ik heb niet eens een zwemdiploma’

Al voordat Lüske volwassen was, had hij meerdere marktkramen, en na een paar jaar nam hij daar een kroeg bij: De Oude Lantaarn, waarvoor hij van Alfred Heineken persoonlijk een lening kreeg. De Oude Lantaarn verbouwde hij gaandeweg tot discotheek en hij kocht het hele pand. Zijn latere boezemvriend en topbokser Rudi Koopmans stond er aan de deur, diskjockey Rob Out draaide er plaatjes en de latere musicalster Ben Cramer kwam er zingen.

Aan het Dapperplein kocht Lüske achtereenvolgens een lampenkappenzaak om er een kroeg in te vestigen, plus de zeven panden eromheen om gezeur over overlast voor te zijn. Ook in die panden vestigde hij horeca. Uiteindelijk bezat Lüske vijftien pandjes aan het plein en was hij, begin jaren zeventig, dus langzaamaan een onroerend-goedjongen geworden. dat bleef hij, met succes.

Bertus Lüske was geen verfijnde verschijning. Hij was niet lang, maar wel forsgebouwd en had een imposante kop. Geheel in stijl met een al even imposant litteken onder de scheve mond, overgehouden aan een kaakoperatie. Hij hield van boksen, al bokste hij nooit wedstrijden, zoals zijn vader. Lüske junior hield het bij trainen, en bij straatgevechten, als het moest. Een vastgoedhandelaar van het type stenenboer, kortom. ‘Bulldozer Bertus’ was geen bijnaam waarvoor hij zich schaamde en als zijn voorkomen een ‘eenvoudig voorkomen’ was, dan was dat prima.

Zijn broers waren eveneens actief in de Dapperbuurt. Marcel en Charles Lüske begonnen er een illegaal gokhuis. Zij hadden daar begin jaren tachtig een probleem met een Griek, ene Santos, die avond na avond de bank liet springen. Hij speelde op ingenieuze wijze vals, bleek uiteindelijk. De Griek merkte de kaarten met een chemische vloeistof, die hij alleen kon zien met speciale contactlenzen. Toen de broers Lüske het vals spel hadden ontdekt, zetten ze de Griek een vuurwapen tegen het hoofd en namen al zijn geld af. Ze reden met hem naar het Sonesta Hotel in de binnenstad, waar hij verbleef, om ook de hotelkluis leeg te halen. De Griek begon echter om hulp te schreeuwen. Charles schoot hem neer vervolgens, als straf voor de oplichting, nog twee kogels ‘door zijn apparaatje’ zoals een rechercheur het destijds uitdrukte. Charles Lüske kreeg negen maanden cel voor poging tot doodslag, de Griek bleef invalide. Marcel Lüske begon later overigens een indrukwekkende pokercarrière, vloog de wereld over en werd wereldberoemd in het circuit. Bertus’ jongste broer ging voortaan als The Flying Dutchman door het leven en kreeg faam met een curieus handelsmerk; hij droeg zijn dure zonnebrillen ondersteboven op zijn neus.

In het najaar van 1982 haalde Bertus Lüske voor het eerst alle voorpagina’s. Hij ontruimde met een knokploeg de Lucky Luyk, op de hoek van de Jan Luijkenstraat en de Van Baerlestraat in Amsterdam- Zuid. Het leidde tot een van de grootste krakersrellen in de geschiedenis van Amsterdam.

Lüske had het gebouw gekocht op een openbare veiling, uit ergernis over de brutaliteit van een stuk of veertig krakers in de zaal, die de veilingmeester zijn hamer hadden afgepakt om daarmee een glas water van de katheder te slaan. Lüske kocht het kraakpand, betaalde contant en liet het ontruimen door een knokploeg van een man of twintig, volgens de krakers gewapend met breekijzers en honkbalknuppels met spijkers erin. De woedende Lüske was zelf ook ter plaatse, om met vuilnisbakken te gooien. ‘Ze moeten van je spullen afblijven’ zo legde hij later uit. ‘Daar ben ik simpel in. Gaan jullie vanzelf, of moeten we een handje helpen? Laat ik het zo zeggen: ze gingen niet vanzelf. Dus hebben we het schoongemaakt.’

Een paar dagen na die confrontatie waren de krakers alweer terug, boos en op een nieuwe rel voorbereid. De gemeente kocht daarop de Lucky Luyk van Lüske, die naar eigen zeggen zes miljoen op de affaire verloor, en liet de mobiele eenheid het gebouw opnieuw ontruimen. dat leidde tot rellen die tot diep in de nacht duurden, waarbij tramlijn 10 uitbrandde, door burgemeester Wim Polak de noodtoestand werd uitgeroepen en meer dan honderd krakers werden gearresteerd.

Zijn gevechten met de krakers waren voor Lüske een logisch gevolg van zijn rechtvaardigheidsgevoel. Hij had weleens geprobeerd Amerikaanse zakenrelaties uit te leggen dat je in Nederland geweldloos behoorde toe te zien hoe buitenstaanders jouw onroerend goed in bezit namen. Ze hadden hem raar aangekeken. ‘In Amerika hadden ze die krakers met geweren van het land afgeschoten. Zo doen ze dat daar,’ vertelde hij eens, in de gangen van het gerechtshof. In een van de weinige interviews die hij ooit gaf, aan hoofdredacteur Jort Kelder van zakenblad Quote, vertelde Lüske dat het voor hem,’jongen van de straat’, niet was te bevatten dat anderen ongestraft panden konden inpikken die hij notabene met ‘duur geleend geld’ had gekocht. ‘Als ik iets koop, ben ik de eigenaar. Overal ter wereld is dat zo, behalve in Nederland.’

Dan kwam het goed uit dat Lüske nog veel meer jongens van de straat in zijn entourage had, en vooral ook veel zware jongens uit de sportschool en de boksring, die hem tegen een bescheiden vergoeding wel wilden helpen zijn ’spullen’ terug te pakken. De leider van de knokploeg die voor Lüske de Lucky Luyk ontruimde was Jan Plas, eveneens bekend bij politie en justitie. Plas haalde, na zijn kickbokscarrière, als de eigenaar van de in het wereldje vermaarde sportschool

Mejiro Gym in de Jordaan, in de jaren zeventig het Muay Thai-kickboksen naar Nederland. Hij deed dat samen met een vooraanstaande rechercheur: inspecteur Jan van Looijen, plaatsvervangend hoofd van de Amsterdamse Criminele Inlichtingendienst.

Plas was trainer van wereldkampioen kickboksen André Brilleman, bodyguard in de maffia-organisatie van Klaas Bruinsma (en in 1985 vrijwel zeker in opdracht van Bruinsma met grof geweld geliquideerd nadat hij de ‘Dominee’ had opgelicht). Plas was volgens justitie ook betrokken bij de ontvoering van Gijs van Dam junior in 1986, de zoon van hasjhandelaar Gijs van Dam senior. Later, in de jaren negentig, werd Plas tot slot bekend als de handlanger van hasjhandelaar Johan ‘de Hakkelaar’ Verhoek. Plas had als ‘schatbewaarder’ van Verhoek in Canada miljoenen hasjdollars geïncasseerd en opgeslagen in een appartement in Montréal. Hij liep uiteindelijk als kroongetuige in de strafzaak tegen Verhoek over naar justitie en kreeg een piepklein strafje: 240 uur dienstverlening. Díé Plas had Lüskes knokploeg geleid om in de Lucky Luyk ‘een sportschool te beginnen’, zo luidde de officiële lezing.

In die rumoerige periode opende Bertus Lüske aan het Rembrandplein, op de hoek van de Amstelstraat met de Paardenstraat, een nieuwe uitgaansclub. Hij dreef in het pand al ‘het grootste bruincentrum van Europa’, zonnebankcentrum Safe Sun. Beneden opende hij discotheek Super Star. Aanvankelijk wilde het niet erg vollopen, dus zette Lüske in 1984 een koerswijziging in. Vriend Ben Cramer ging elke zondagavond talentenjachten houden, er kwamen modeshows en theatervoorstellingen. Maar er was meer, vertrouwde Lüske het Amsterdamse huis- aan-huisblad Echo destijds toe” ‘Als klap op de vuurpijl komen er iedere vrijdagavond superstars voor het riante voetlicht. Danny Christian, the Star Sisters, Vanessa, de Dolly Dots, Anita Meijer en Lee Towers. (...) “De tent moet vol, al loop ik er leeg op,” zegt de bruinbaas beslist.’ De beroemde nachtclub ‘met de allure van Las Vegas’ die Lüske voor ogen had, werd Super Star niet. Het werd een flop.

Lüske bouwde in de jaren tachtig en negentig rustig verder aan zijn forse kerstboom aan onroerend- goedmaatschappijen, met als hoofdkantoor een statig en barok ingericht pand op de hoek van de Weesperzijde en de Ruyschstraat, aan de Amstel. Onder de moedermaatschappijen Stichting Administratiekantoor Hubertus Johannes Lüske en de Stichting Administratiekantoor Jannie Bos (genoemd naar Lüskes tweede vrouw) hingen tal van bv’s zoals H en R holding, Chidda Vastgoed, Lubo Vastgoed (een samentrekking van Lüske en Bos), Biblio Monumenten, Samura München, Hotel Participatie Weesperzijde en tal van andere vennootschappen. In Amsterdam bezaten de bedrijven vele panden en ‘straatjes’, vooral in het centrum en in de Watergraafsmeer. In Zandvoort had Lüske onder meer een hotel, bij het casino. Zelf woonde hij lange tijd in een villa aan de Oud Bussumerweg in Huizen, later verderop in het Gooi, in Naarden. Als de redactie van zakenblad Quote weer belde in de aanloop naar de jaarlijkse ranglijst van de 500 rijkste Nederlanders, antwoordde Lüske doorgaans dat ze hem ‘maar op 100 miljoen’ moesten zetten. Guldens. Precies wist niemand het.

Echt grote slagen sloeg Lüske in de jaren negentig. Hij kocht hele blokken onroerend goed bij het Rembrandplein - tussen de Amstel, de Amstelstraat en de Wagenstraat - waaronder een trits panden van diamantair Stoeltie. In het voorjaar van 1997 verkocht hij die ‘Amstelhoek’ voor ruim 26 miljoen gulden aan woningbouwvereniging Het Oosten, dat vaker onroerend goed opkocht dat volgens de gemeente in verkeerde handen was gevallen. Met de opbrengst van die deal, kocht hij het grootste object dat hij in Amsterdam ooit heeft bezeten: hij kaapte in mei 1997 voor 27 miljoen gulden de ADM-scheepswerf weg voor de neus van de gemeente, die een miljoen gulden minder had geboden. De werf was enorm: drieënveertig hectare. Een hypotheek had Lüske niet nodig.

Het dispuut dat hij vervolgens over die werf met de gemeente kreeg, liep uit op een juridische marathon, waarbij de gemeente en Lüske elkaar in de rechtszaal bestreden met bestemmingsplannen en kettingbedingen. Waar hij gehoopt had de werf jaren later ‘voor 87 miljoen’ te kunnen verkopen, bleef hij ermee zitten, met naar eigen zeggen 25.000 gulden renteverlies per week. Volgens Lüske hadden de ambtenaren van zijn tegenstander wethouder Duco Stadig, toen PvdA-wethouder voor Bouwen, Wonen en Ruimtelijke Ordening, de krakers opzettelijk op zijn terrein afgestuurd (‘Daar staat nog wat moois leeg...’) en waren door de gemeente ook andere spelletjes gespeeld. Het wederzijdse wantrouwen was groot. Lüske nam op zijn beurt de gemeente weer te pakken met de aankoop van het pand waarin de hoofdvestiging van de openbare bibliotheek resideerde, aan de Prinsengracht. Zo was de gemeente, als huurder, van hem afhankelijk, wat weer veel onrust gaf op het stadhuis.

De onderzoekers van de parlementaire-enquêtecommissie onder leiding van PvdA-kamerlid Maarten van Traa zetten ‘de plaatselijke onroerend-goedhandelaar B’ in 1996 op hun lijst van louche ondernemers die zo’n beetje de dienst uitmaakten op en rond de Wallen en die ‘min of meer ernstige criminele antecedenten en/of duidelijke criminele connecties’ hadden. ook om die reden probeerde de gemeente Lüske te mijden waar dat kon.

In 1999 won het stadhuis in dat loopgravenoorlogje een slag, Lüske wilde het kapitale pand aan de Prins Hendrikkade kopen waar net het instituut Oibibio van goed-gevoel-goeroe Ronald Jan Heijn op de fles was gegaan. Het gebouw zou aanvankelijk in het openbaar worden geveild, maar nadat het stadsbestuur was getipt dat Lüske er op aasde, hielp de gemeente woningbouwcorporatie Het Oosten het pand te kopen. De veiling was daarmee van de baan, Lüske, die de financiering al rond had, was laaiend. ‘Ik ben een simpele jongen met succes. Dat wordt mij niet gegund,’ klaagde Lüske later tegen Quote. ‘De gemeente zit me dwars en de krakers proberen een martelaar van mij te maken. Er staat zo veel onzin over mij in de krant.’

Bij dat interview in het zakenblad stond een foto afgedrukt waarvoor de vastgoedhandelaar met een brede grijns poseerde in de woonkamer van de Gooise villa die hij in 1998 had betrokken met zijn vrouw en de twee jongste van zijn vijf kinderen. Lüske had het optrekje, in het lommerrijke Valkeveen te Naarden, overgenomen van de weduwe Jaffa-Pierson. Naast hem woonde Herman Heinsbroek, kortstondig LPF-minister, en zijn overbuurman was dat andere LPF- kopstuk Ferry Hoogendijk.

Lüskes toegangspoort werd geflankeerd door gebeeldhouwde hondenkoppen, van zijn favoriete hondenras uiteraard: de boxer. Op de foto lag aan Lüskes voeten, op het parket, een tijgervel, met de kop er nog aan. Hier stond, in hoekig ruitjespak met scherpe vouw, een jongen van de straat die het had gemaakt.

Met zijn verschijning paste hij naadloos in het vechtsportwereldje, waar hij dol op was. In de jaren zeventig en tachtig zat hij bij wedstrijden van zijn boezemvriend Rudi Koopmans al aan de rand van de boksring. Hij maakte al diens belangrijke gevechten van dichtbij mee, zoals dat om de wereldtitel in 1980, in Amerika. In 1975 hadden Lüske en Koopman in New York samen al live de wereldberoemde titanenstrijd bijgewoond tussen Mohammed Ali en Joe Frazier.

Lüske had ook veel vrienden in de bokswereld. In Nederland groeide hij zelf uit tot een bekende figuur in het vechtsportcircuit. Als sponsor zat hij bij de grote gala’s met zijn gabber Koopmans aan een tafeltje in het vip-vak. Bij het afscheid van worstelaar en freefighter Chis Dolman, die in februari 1995 in de Amsterdamse Sporthallen Zuid na vijfendertig jaar stopte net zijn actieve vechtsportcarrière, reikte sponsor Lüske een van de prijzen uit, net als zijn vriend Theo Heuft, toen nog eigenaar van luxebordeel Yab Yum, en president ‘Big Willem’ van Boxtel van de hoofdstedelijke Hells Angels.

Een paar jaar later behoorde Bertus Lüske met twee andere bekende figuren uit de Amsterdamse vastgoedwereld tot de hoofdsponsors van een groots vechtsportgala in het Rotterdamse sportpaleis Ahoy. Zijn medegeldschieters, volgens een persbericht waarin de organisatoren repten van ‘net hoogst gedoteerde vechtsportgala dat ooit in ons land werd georganiseerd’: Jan Dirk Paalberg en David Beesemer. Vooral die eerste, steenrijke vastgoedhandelaar en bewoner van het kasteeltje Ridderhofstad Bolenstein, aan de Vecht, leek een vreemde eend in de bijt. Paarlberg deed in die jaren, als de gesoigneerde vriend van VVD-minister en latere Euro-commissaris Neelie Kroes, zo zijn best in zwang te raken in veel chiquere kringen. Het ‘Simply the Best-vechtgala in Ahoy’ was een heel ander Umfeld, met vechtjassen die naam hadden gemaakt in het kickboksen, het in Japan populaire K1 en het freefight. Veel later zou Paalberg overigens opduiken in een entourage die wel weer bij dergelijke vechtgala’s paste: de kringen rond de Amsterdamse topcrimineel Willem Holleeder. Holleeder was, om de cirkel rond te maken, ook weer een bekende van Lüske. Vrienden waren het bepaald niet.

Bertus Lüske was geen vastgoedmagnaat die met een grote regelmaat tientallen miljoenen in kantoorkolossen pompte, zoals zijn grote voorbeeld ‘Ome Jaap’ Kroonenberg dat had gedaan, of Willem Endstra. Lüske was meer een pandjesbaas - in huizen, huizenblokken en ’straatjes’ soms, en in horecazaken. Van heel grote projecten krijg je alleen maar heel veel hoofdpijn, dacht Lüske. Toch, in de kleinere projecten zocht hij de hoofdpijndossiers juist op. Hij vocht letterlijk en figuurlijk (in slepende rechtszaken) met krakers en huurders, schoof met krotten en besmette panden die niemand wilde hebben en probeerde die met winst te verkopen als hij op geheel eigen wijze en met harde hand de problemen had opgelost.

Van de Kroonenberg Groep, de nalatenschap van Jaap Kroonenberg, kocht hij in 2001 het pand Bayside Beach club in de Halvemaansteeg, achter het Rembrandplein - compleet met problemen. Die zaak had een Amsterdamse kopie moeten worden van de succesvolle Rotterdamse Baja Beach Club, die weer een kopie was van de heetgebakerde nachtclubs in Miami Beach. Met pogingen tot een tropische uitstraling, palmbomen naast de dansvloer, schaarsgeklede serveersters, strandzand op de grond en een plastic haai aan het plafond. De huurder achter de schermen was een grote Amsterdamse drugshandelaar die in het circuit de ‘Sigaar’ werd genoemd, of de ‘Bingokoning’. Die betaalde zijn huur niet. Lüske nam het hele perceel over tegen een prijs ver onder de executiewaarde, maar mét de clausule dat hij de gerezen problemen zou oplossen. Na veel omhaal liet de deurwaarder het pand leeghalen. De ‘Sigaar’ was woedend. In plaats van te betalen, eiste hij zelf een forse ‘schadevergoeding’ voor zijn teloorgegane ‘investeringen’ in het pand. Toen Lüske zijn poot stijf hield, begon de Criminele Inlichtingeneenheid (CIE) hem te waarschuwen dat de onderwereld een aanslag op zijn leven voorbereidde, en een aanslag op het leven van Lüskes boezemvriend, zakenpartner en lijfwacht Rudi Koopmans. De ‘Sigaar’ bleef ook de Kronenberg Groep bestoken. De Kronenberg Groep koos maar voor een vaandelvlucht, kocht de hele handel weer terug van Lüske en trof achter de schermen een schikking met de ‘Sigaar’

Lüskes uitstapjes naar de vechtsportgala’s, die nu eenmaal een grote aantrekkingskracht hebben op de penoze, werkten zijn louche imago in de hand. Maar ja, redeneerde Lüske, waarom zou hij daar niet mogen komen, terwijl freefightwedstrijden geregeld werden geleid door scheidsrechter Jan van Looijen, de rechercheur van de CIE in Amsterdam? Lüske zat op dergelijke gala’s precies in de positie waarin hij eigenlijk al zijn hele leven doorbracht: op de rand van de boven- en onderwereld.

Bij de Amsterdamse recherche kwam in 2000 informatie binnen dat hij die grens ook weleens overschreed. Volgens die informatie, die destijds werd verwerkt in een vertrouwelijk organogram, zat Lüske met Jan Femer, Mink Kok, Sam Klepper en Johnny Mierenet in de internationale XTC-handel. De groepering, waarin Lüske de rol van ‘financier’ zou hebben vervuld, handelde volgens het schema met een groep Engelsen in pillen. De Britten zouden voor een xtc-partij vijventwintig miljoen Engelse ponden hebben betaald aan Kok, Femer, Klepper en Mierenet, die de echte ponden vervolgens in valse ponden zouden hebben omgewisseld, die ze weer aan ‘financier’ Lüske gaven. Op grond van die theorie bracht de recherche Bertus Lüske na de liquidatie van Femer en Klepper in verband met de moorden.

Lüske werd in het schema ook in verband gebracht met Joego-leider Jotsa Jicic en zijn handlanger Zoran Vrhovac in november 2000 geliquideerd in Japans restaurant Kobe aan de Nieuwezijds Voorburgwal). Volgens een informant van de CIE had Lüske aan Jocic ‘opdracht gegeven’ voor de moorden op Femer en Klepper, volgens een ander had hij bij de liquidaties met de Joegoslaven ‘samengewerkt’. Meer dan geruchten zijn die verhalen nooit gebleken, het organogram heeft niet tot merkbare actie tegen Lüske geleid.

Dát Lüske, op welke manier dan ook, in de zware misdaad verzeild was geraakt, bleek in de zomer van 2005 zonneklaar, net in de periode dat hij plannen beraamde voor een groots afscheid en een mooie oude dag, Lüske was net terug van een reisje naar Las Vegas met zijn broer Marcel, om de pokerprof daar aan het werk te zien, en hij had nog wat dagen vakantie gevierd in Frankrijk. Hij had een goed humeur. In de zaterdagnacht van 16 op 17 augustus verliet hij met vrouw en dochter grand café en restaurant Frankendael aan de Middenweg in de Amsterdamse Watergraafsmeer. Ze hadden gebarbecued in het restaurant, dat sinds oktober 2002 op naam stond van Lüskes zoon Marcel. Twee mannen liepen op het gezelschap toe en een van hen schoot een automatisch wapen op Lüske leeg toen die in de auto wilde stappen. Lüske overleed op straat, de schutters vluchtten in een gestolen Ford Galaxy, die later uitgebrand werd teruggevonden in Duivendrecht.

De dood van Lüske leidde tot breed rouwbetoon: pagina’s advertenties en een groots opgezette uitvaartplechtigheid in Naarden. De stoet was lang, met onder anderen oud boksers Rudi Koopmans en Sjoerd Tuininga, worstelaar Chris Dolman, voormalig lijfwacht van de gewezen Wallenkoning Maurits ‘Zwarte Joop’ de Vries. Wallenondernemer Joop LeLoux; gewezen eigenaar Theo Heuft van luxebordeel Yab Yum; gewezen eigenaar Jan Hulscher van seksclub Esther in Haarlem - waar in februari 2000 vier mannen werden doodgeschoten onder wie een lid en een aspirant-lid van de Hells Angels; sportschool Mejiro Gym; directeur van Taxicentrale Amsterdam Dick Grijpink, die door justitie werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie; zanger van het Amsterdamse levenslied Dries Roelvink, met wie Lüske na wat wijntjes wel duetten zong in zijn café Frankendael; kroegbazen Gerard en Bea de Jong, die kort na Lüskes dood diep in de problemen raakten vanwege een gestolen partij cocaïne.

Aanvankelijk dacht de recherche voldoende aanknopingspunten te hebben om de liquidatie te kunnen oplossen. Zo had een groepje mannen ‘met een Noord-Afrikaans uiterlijk’ de avond voor de moord op het terras van café Het Monumentje in de Jordaan gezeten. Eén van hen had richting het café geroepen: “Cafẻ Frankendael, dat zit toch op de Middenweg?’, waarna een ander lid van de groep boos was vertrokken in een auto die erg leek op de wagen die de volgende dag bij de schietpartij werd gebruikt.

Een halfjaar na Lüskes dood werd het rechercheteam echter ontbonden, omdat het op dood spoor was beland. Daarna resteerde nog slechts een handjevol mogelijke scenario’s. Allereerst was er die kwestie met drugshandelaar de ‘Sigaar’, rond de Bayside Beach Club. De ’Sigaar’ werd even gezien als mogelijke opdrachtgever voor de moord. Hij werd opgepakt, maar al snel weer vrijgelaten. Waarom zou dat oude dispuut ook nog een motief zijn voor de moord, nu het allang was opgelost? Er was ook nog het verhaal dat Lüske met Klepper, Mierenet, Kok en Femer in de xtc zou hebben gezeten. En uiteraard kwamen in het onderzoek ook weer alle knokpartijen en ruzies met de krakers bovendrijven. Lag daar de sleutel? De krakers werden vrijwel direct weer doorgestreept. Zo gewelddadig was de kraakbeweging nooit geweest, zelfs niet ten tijde van de radicalisering van de beweging midden jaren tachtig.

Op het moment dat Lüske werd geliquideerd, voerde vastgoedhandelaar Willem Endstra uitgebreide gesprekken met de Amsterdamse CIE. In die gesprekken schreef Endstra bijna alle geruchtmakende liquidaties de voorgaande jaren toe aan de groep van Willem Holleeder, maar uitgerekend de moord op Lüske niet. Lüske was, vertelde Endstra, volgens Holleeder zo onverstandig geweest een schuld van een paar ton niet te voldoen. Zo vertelde Endstra in een van die gesprekken: ‘Ja, meneer Bertus (...) Ik hoor dus niet dat hun dat gedaan hebben. Maar goed, ik weet niet eh...’ Rechercheur Jan van Looijen: ‘Dat heeft-ie niet geroepen?’ Endstra: ‘Heeft-ie niet geroepen. Normaal, denk ik dat het ook echt zo is, want anders eh...’ Van Looijen: ‘Roept-ie dat wel.’ Endstra: ‘Ja. Dat is mijn idee wel, ja. Hij zegt: “Hij is gewoon stom geweest. Het ging over 375.000 gulden.” Zei die. En dus eh... straks ligt-ie met een kaartje aan zijn teen in de vrieskast...’

Later kwam Endstra nog op de kwestie terug: ‘Hij zegt dus dat-ie 375.000 gulden of euro moest betalen. Een heel klein bedrag. En dat-ie gewoon heeft gezegd: “Nou, bekijk het maar.” Zoiets.’ Vervolgens ging het nog even over de persoon Bertus Lüske. Rechercheur Jan van Looijen: ‘Het was niet de bangste uit het onroerend-goedwereldje natuurlijk, dus als ze die al ondersteboven schieten...’ Endstra: ‘Niet bang, maar wel een beetje eh... Hij heeft mij ook weleens half bedreigd (...) Had een grote mond zo van: “Ah, je moet niet denken dat ik bang voor je ben en dit en dat.” Ik zeg, ja maar, je hoeft ook helemaal niet bang voor me te zijn. Dus dat was een aardige eh...Ja, ik was er niet zo van gecharmeerd...’ Van Looijen: ‘Een rauwdouwer gewoon.’ Endstra: ‘Ik had niks tegen hem.’

In een van zijn laatste gesprekken met de recherche vertelde Endstra dat hij van Willem Holleeder geen zaken meer mocht doen met Lüske ‘omdat hij in de pillen zou zitten’, een bewering die Rudi Koopmans weer had ontkend toen Endstra hem kort daarop tegenkwam in café Lexington in Amsterdam-Zuid. ‘De ware reden is waarschijnlijk dat Holleeder bang was voor Lūske.’

----------------

 

‘The war In the Amsterdam mafia world', by: Bart Middelburg & Paul Vugts

 

Chapter 8 Market trade

Bertus Lüske 1944 - 2003

An excavator weighing more than 80 tons rolled, in the early Saturday morning of April 25, 1998 from a low-loader, in front of the squatted shipyard, formerly the Amsterdam Drydock Company (ADM), deep in the western port area of Amsterdam. In the office building before the huge warehouse, squatters were still sleeping; it was only six a.m. The excavator operator was not alone. Around his mighty shovel a group of broad-shouldered staff from demolition company De Steenkorrel was walking around, supplemented with some hired thugs, some of whom had acted as bouncers around the Rembrandt Square, the night before. The group was led by the owner who came to recapture his terrain on the squatters, real estate millionaire Bertus Lüske.

He had, he would explain later, "taken the largest excavator he could find”, after two foiled evacuation efforts, by the squatters and police, to start finally the demolition of the office building, that the by him so hated squatters had made their “breeding nest”. It had to happen now once and for all, before the occupants of his property could continue their plans for a party at which they would ask fifteen guilders entrance fee and at which they ‘would sell pills’. The brutality!

Lüske didn’t want to wait for permission of the town hall anymore. So he decided to demolish the buildings without permission and without an investigation that the buildings were empty and therefore ready for demolition. 'Bulldozer Bertus', as his nickname had been since decades, led the excavator from the entrance gate of the ADM to the office building. Before the first squatters who were awakened by the noise could warn their friends, the machine took bites out of the façade. The former porter's lodge and the above floors went out and immediately afterwards the corner of the building, where on the third floor were still a few squatters sleeping. The just awakened squatter Milou could just pull her boyfriend Joachim out of the bed, seconds before it was destroyed by the gripper, and ended up down in the rubble. Around the corner, on the long side of the office building, the drum kit of squatter Guido just flew past by him, squatter Bernd was looking the imperturbable excavator operator in the eye, standing next to his sleeping place. He was able to jump away just in time.

Downstairs a squatter tried to stop the demolition by parking his truck between the excavator and the façade, but that ended up in a brawl with Lüske’s men. The thugs hard-handed kept the protesting squatters at a distance, Lüske also interfered with the riots. He would state later that he ‘might have worked a bit with my body’, because he was simply 'a bit energetic’. He denied the allegations of hitting, head-butting and even lifting a squatter by the neck, as the squatters claimed. That would be unwise, seen from a business point of view. ‘I don't hit. How could I hit people when I have to deal with banks?’ His own lawyer later came with a slightly modified statement in which he stated that Lüske started 'panicking and therefore was hitting all around him’, which the lawyer stated was ‘a bit silly’, but not very condemnable.
 

With a bit of effort the police was able to stop the illegal demolition and the conflicts, but it wasn’t over yet for Lüske. He ended up in jail for more than a month, for among others: attempted homicide, threats, assault and destruction, or ordering to do so. Justice demanded four years in prison, but Lüske got away in 2002, with a fine of 3,500 euro’s and one month suspended jail sentence. The punishment was so minimal because it had taken four years before the case was brought to court, which the Amsterdam Court found unreasonably long.

The conflict on the ADM shipyard was the last one in a long series of clashes of Bulldozer Bertus with squatters, and with local governance. Clashes, literally, often with Lüske sending thugs into his squatted premises.

Hubertus Johannes (Bertus) Lüske (1944) was a son of a poor family with nine children. his father was a butcher's assistant. At home, on an upper floor in the Amsterdam neighbourhood the Dapperbuurt, he would also sometimes clandestine, slaughter cows and pigs, as Lüske junior loved to tell later. Lüske senior was a gifted boxer. The war had prevented that he entered the world top of boxing.

Young Bertus Lüske always had chores and jobs. As a child of nine, he worked during and after plenty of truancy, at the vegetable peels collector, the metal collector and with the market traders of the Dapper market. As a twelve year old he became a product promoter and a market vendor. He started to sell rotting, sour cherries, which he sold from a rented ‘bakfiets’. Later he also would sell other fruit. He learned the most important lesson of his life, which he would make his motto: ‘Never sell anything too cheap’. When things are cheap, people will think of it as being bad, people won’t buy that. Eventually Lüske graduated in street trading, and he was not ashamed for it being ‘the only piece of paper’ that he possessed. ‘I do not even have a swimming certificate’.

Even before Lüske was an adult, he had several market stalls, and after a few years he decided to add a pub: De Oude Lantaarn (The Old Lantern), for which he got a loan in person by Alfred Heineken. He gradually converted The Old Lantern into a nightclub and he bought the entire property. His later soulmate and top-boxer Rudi Koopmans was a bouncer, DJ Rob Out was spinning records and the later musical star Ben Cramer came to sing.

At the Dapperplein Lüske successively bought a lampshade-shop to convert it into a bar, plus seven buildings around it to prevent complaints about inconvenience. Even in those buildings he established horeca industry. Eventually Lüske owned fifteen small buildings on the square, he thus, in the early seventies, gradually became a real-estate guy. He continued to be one, with success.

Bertus Lüske didn’t have a sophisticated appearance. He was not tall, but quite robust and had an impressive head. In style with an equally impressive scar under his crooked mouth, from jaw surgery. He loved boxing, although he never boxed matches, like his father. Lüske junior stuck to coaching, and street fighting, if he had to. A real estate agent of the type ‘stone- seller’, in short. 'Bulldozer Bertus' was a nickname which he wasn’t ashamed of, and if its appearance was seen as ‘a modest appearance’, then that was fine.

His brothers were also active in the Dapperbuurt. Marcel and Charles Lüske started an illegal gambling house. They had a problem in the early eighties with a Greek customer called Santos, who busted the bank that evening. He was cheating in a ingenious way, it turned out. The Greek marked the cards with a chemical liquid, which he only could see with special contact lenses. When the brothers Lüske had discovered the cheating, they put a gun to the head of the Greek and took all his money. They drove him to the Sonesta Hotel in the city where he lived, to also empty the safe there. The Greek, however, began to scream for help.

Charles shot, as punishment for the fraud, two bullets through ‘his device’, as a police detective at the time put it. Charles Lüske got nine months in prison for attempted homicide, the Greeks remained disabled. Marcel Lüske moreover subsequently began an impressive poker career, flew all over the world and became world famous in the pokercircuit. Bertus' youngest brothers nickname is now ‘The Flying Dutchman’ and he got famous with a curious trademark; he wears his expensive sunglasses upside down.

In the fall of 1982 Bertus Lüske made it to all the front pages. He evicted the Lucky Luyk, on the corner of the Jan Luijkenstraat and the Van Baerlestraat in Amsterdam Zuid, with a gang of hired thugs. It led to one of the biggest squatter riots in the history of Amsterdam.

Lüske had bought the building at a public auction, annoyed about the brutality of some forty squatters in the hall, who had taken away the hammer of the auctioneer and had knocked over a glass of water from the lectern with it. Lüske bought the squat, paid cash and evicted it by a gang consisting of about twenty men, according to the squatters armed with crowbars and baseball bats with nails in it. The furious Lüske was there himself to throw garbage cans. ‘They should keep their hands off your stuff’, he later explained. ‘I see it quite simple, you can either go by yourself or we can lend you a hand, let me state it this way, they didn’t leave by themselves, so we decided to clear it out.’

A few days after that confrontation, the squatters were already back, angry and prepared for a new riot. The municipality bought then the Lucky Luyk from Lüske, who lost in his own words, six million on the deal. The riot police evicted the building again. which led to riots that lasted late into the night, at which tram 10 went up in flames, the state of emergency was declared by mayor Wim Polak and more than a hundred squatters were arrested.

His battles with the squatters were for Lüske a logical consequence of the way he thought of justice. He had tried to explain to American business associates how you were supposed to watch and stand by how other people could squat your real-estate. They had frowned upon him. ‘In America they would have shot the squatters off the land. That’s the way they do it there’, he once said, in the corridors of the court house. In one of the few interviews he gave, with editor Jort Kelder of business magazine Quote, Lüske said that for him ‘boy of the street’ it was incomprehensible that others could steal premises with immunity that he had bought with ‘expensively loaned money’. ‘When I buy something, I'm the owner. All over the world it is that way, except in the Netherlands.’

It was very convenient that Lüske still had a lot more guys from the street in his entourage, and especially a lot of tough guys from the gym and boxing ring, which wanted to help him for a small fee, to get back his belongings. The leader of the gang which cleared for Lüske the Lucky Luyk, was Jan Plas, also known by the police and judiciary. Plas introduced, after his kickboxing career, as the owner of the most notorious gym in the scene, Mejiro Gym in the Jordaan, in the seventies, Muay Thai kickboxing to the Netherlands. He did this with a leading detective: Inspector Jan van Looijen, deputy head of the Amsterdam Criminal Investigation Unit.

Plas was trainer of kickboxing world champion Andre Brilleman, bodyguard in the mafia organization of Klaas Bruinsma (and in 1985 almost certainly violently liquidated, commissioned by Bruinsma, after he had scammed the 'Reverend'). Plas was, according to the Justice department, also involved in the kidnapping of Gijs van Dam junior in 1986, the son of hashish dealer Gijs van Dam senior. Later, in the nineties, Plas was towards the end known as the accomplice of hashish dealer Johan 'the Hakkelaar' Verhoek. Plas had in his capacity of 'treasurer' of Verhoek, collected millions of dollars worth of hashish in Canada and stored this in an apartment in Montreal. He actually crossed over and became the ‘crown witness’ of the Justice department in the criminal case against Verhoek and was given a small sentence of 240 hours of community service. That Plas had led Lüske’s thugs at the Lucky Luyk 'to start a gym’, was the official version.

During that turbulent period Bertus Lüske opened on the Rembrandt Square, on the corner of the Amstelstraat with the Paardenstraat, a new entertainment club. He was already exploiting ‘the biggest browning center of Europe’, tanning center Safe Sun in that property. Downstairs he opened nightclub Super Star. Initially it wasn’t very successful, so Lüske decided to drastically change the policy in 1984. Friend Ben Cramer was going to host talent shows every Sunday night, there were fashion shows and theater performances. But there was more, as Lüske said to Amsterdam free newspaper Echo at the time. ‘As icing on the cake, every Friday superstars will perform’. Danny Christian, the Star Sisters, Vanessa, Dolly Dots, Anita Meijer and Lee Towers. (...) "The place should be full, even if it empties my wallet”, tanning boss Lüske decided. The famous nightclub 'with the allure of Las Vegas’, which Lüske envisioned, the Super Star never became. It was a fiasco.

In the eighties and nineties, Lüske calmly continued to expand his vast collection of real- estate companies, with as headquarters a stately baroque decorated building on the corner of the Weesperzijde and Ruyschstraat, on the Amsterdam’ river the Amstel. Under the ‘mother companies’ Administratiekantoor Hubertus Johannes Lüske and the Stichting Administratiekantoor Jannie Bos (named after Lüskes second wife) hung numerous companies and holdings like H&R Holding, Chidda Vastgoed, Lubo Vastgoed (a contraction of Lüske and Bos), Biblio Monumenten, Samura München, Hotel Participatie Weesperzijde and numerous other companies. In Amsterdam the companies owned many buildings and streets, especially in the center and in the neighbourhood Watergraafsmeer. In Zandvoort, Lüske owned among others, a hotel at the casino. He himself lived for a long time in a villa at the Oud Bussumerweg in Huizen, later he would live a bit further in het Gooi, in Naarden. When the editors of business magazine Quote would call in the run-up to the annual ranking of the 500 richest Dutch, Lüske usually replied that they had to rank him at ́about 100 million guilders ́. No one exactly knew how much he owned.

Lüske went for the big shots in the nineties. He bought buy whole blocks of properties at the Rembrandt Square - between the Amstel, the Amstelstraat and Wagenstraat - including a whole bunch of properties of diamonds company Stoeltie. In the spring of 1997, he sold this ‘Amstel corner’ for more than 26 million guilders to housing corporation Het Oosten, which often bought property which, according to the municipality, had fallen in the hands of wrong people. With the proceeds from the deal, he bought the largest object that he would ever own in Amsterdam: he hijacked for 27 million guilders in May 1997 the ADM shipyard off the municipality, which offered a million guilders less. The yard was huge: forty three hectares. Lüske didn’t need a mortgage.

The dispute that evolved about the wharf with the municipality, turned into a legal marathon, with the municipality and Lüske in the courtroom, fighting each other with contested zoning and perpetual clauses. Where he had hoped to sell the shipyard years later ‘for 87 million’, he ended up, in his own words, with 25,000 guilders interest loss per week. According to Lüske, officials of his opponent alderman Duco Stadig, at the time PVDA councilor for Construction, Housing and Environment Planning, had sent the squatters to his property (‘There is still something beautiful empty ...'). Mutual distrust was enormous. Lüske on his turn decided to purchase the building in which the main branch of the public library resided, on the Prinsengracht. In that way the municipality was, as a tenant dependent on him, which gave a lot of turmoil at the town hall.

Investigators of the parliamentary committee of inquiry, led by PVDA-MP Maarten van Traa, put 'local real estate broker B.’ in 1996 on their list of shady entrepreneurs who pretty much ran the area in and around the Red Light District and who ‘had more or less a serious criminal record and / or obvious criminal connections’. For that reason the municipality tried to avoid Lüske whenever possible.

In 1999, town hall won a battle in the little trench warfare. Lüske wanted to buy the prestigious building on the Prins Hendrikkade, where just recently the institute Oibibio of feel-good guru Ronald Jan Heijn had gone bankrupt. The building would initially be auctioned publicly, but after the city council was tipped off that Lüske was preying on it, the public housing corporation Het Oosten was helped to buy the property. The auction was therefore called off. Lüske, who already had sorted the financing in order to buy the property, was furious. ‘I'm a simple guy with success. They won’t let me have it’, Lüske later complained to Quote. ‘The municipality bothers me and the squatters try to make a martyr of me. There's so much nonsense about me in the papers.’

That interview in the business magazine included a picture where the real estate dealer posed with a wide grin in the living room of the Gooi’ villa he shared with his wife and the two youngest of his five children, since 1998. Lüske acquired the cottage, in woody Valkeveen, in Naarden, from the widow Jaffa Pierson. Next to him was living Herman Heinsbroek, who was for a short while LPF (former right wing party red.) minister, and his neighbour was another LPF leader, Ferry Hoogendijk.

Lüske’s entrance was flanked by sculpted dog heads, of his favourite dog breed, of course: the boxer. The picture showed at Lüske’s feet on the parquet, a tiger skin, with the head still attached. Here was, in checkered suit, with sharp crease, a street boy who had made it.

With his appearance he seamlessly fit in the martial arts world, where he was fond of. In the seventies and eighties he visited matches of his best friend Rudi Koopmans, already on the edge of the boxing ring. He was already closely involved in major matches, such as the world title in 1980 in America. In 1975 Lüske and Koopman had attended in New York the famous battle between Muhammad Ali and Joe Frazier.

Lüske had a lot of friends in the boxing world. In the Netherlands he himself turned into a well-known figure in the martial arts circuit. As a sponsor, he visited the big boxing gala’s with his best friend Koopmans at the table in the VIP box. Upon the departure of wrestler and free fighter Chis Dolman, who stopped in February1995 in Amsterdam Sporthallen Zuid, after thirty-five years with his active martial arts career, sponsor Lüske handed him one of the prizes, as did his friend Theo Heuft, then owner of luxury brothel Yab Yum, and president 'Big Willem' van Boxtel of the Amsterdam’ Hells Angels.

A few years later Bertus Lüske, together with to two other well-known persons from the Amsterdam real estate world, were the main sponsors of a grand sports gala fighting in the Rotterdam sporting palace Ahoy. His fellow financiers were Jan Dirk Paalberg and David Beesemer. And according to a press release, where the organizers talked about ’the netto highest doted fighting sports gala ever organized in our country’. Especially the first, the wealthy real estate agent and resident of the manor Ridderhofstad Bolenstein on the Vecht, seemed an odd man out. Paarlberg tried in those years, as the well-groomed friend of VVD minister and later European Commissioner Neelie Kroes, really hard to get into higher class circles. The 'Simply the Best-fighting gala in Ahoy’ was another Umfeld, with fighters who had made a name in kickboxing, K1 popular in Japan and free fighting. Much later Paalberg would emerge in an entourage which fitted better with such fight’ gala’s: the circles around Amsterdam's top criminal Willem Holleeder. Holleeder was, to complete the circle, again an acquaintance of Lüske. They surely weren’t friends.

Bertus Lüske was not a real estate magnate who invested with great regularity tens of millions in office blocks, like his idol ‘Uncle' Jaap 'Kroonenberg had done, or Willem Endstra. Lüske was more of a pawnbroker - in houses, blocks and ‘streets' sometimes, and catering businesses. Very big projects just gets you a lot of headaches, thought Lüske. Still, he was looking right for the headache dossiers in the smaller projects. He fought literally and figuratively (in long ongoing court-cases) with squatters and tenants, moved slums and infected premises that nobody wanted and tried to sell it with profit all in his own way and solved the problems the hard way.

From The Kroonenberg Group, the legacy of Jaap Kroonenberg, he bought the property Bayside Beach club in 2001 in the Halvemaansteeg behind the Rembrandt Square - inclusive problems. That property should have been a copy of the successful Rotterdam Baja Beach Club, which in its turn was a copy of the hot nightclubs in Miami Beach. With attempts at a tropical feel, palm trees next to the dance floor, scantily clad waitresses, beach sand on the floor and a plastic shark on the ceiling. The tenant behind the scenes was a major drug dealer in Amsterdam who was named in the circuit the 'Cigar', or the 'Bingo King. Who did not pay his rent. Lüske bought the whole plot for a price far below the liquidation value, but with the stipulation that he would solve the problems encountered. After much ado, the bailiff cleared out the building. The 'Cigar' was furious. Instead of paying, he himself claimed a hefty 'compensation' for his defunct 'investment' in the property. When Lüske didn’t give in, the Criminal Intelligence Unit (CIE) began to warn him that the mafia was preparing an attack on his life, and an attempt on the life of Lüske’s best friend, business partner and bodyguard Rudi Koopmans. The 'Cigar' continued to bombard the Kronenberg Group. The Kronenberg Group chose for the easy way out, bought the business back of Lüske and made an agreement behind the scenes with the ‘Cigar'.

Lüske’s trips to the fighting sports gala’s, which seem to attract shady people, strengthened his criminal image. But yeah, argued Lüske, why couldn’t he be there, whilst the free fight matches were being led by referee Jan van Looijen, the detective of the CIE (Criminal Intelligence Unit) in Amsterdam? Lüske was in those gala’s exactly in the position he actually spent his whole life in, on the edge of the upper- and underworld.

At the Amsterdam detective unit in 2000, information came in that he sometimes crossed that line. According to that information, which at the time was then processed in a confidential organogram, Lüske was with Jan Femer, Mink Kok, Sam Klepper and Johnny Mierenet in an international ecstasy trafficking scheme. The group, in which Lüske would have the role of ‘financier’, traded with a group of Englishmen in pills. The British would have payed twenty five million pounds for a shipment of ecstasy to Kok, Femer, Klepper and Mierenet, who in their turn would exchanged the money for fake pounds, and gave those to 'financier' Lüske. Based on that theory, the police detectives connected Bertus Lüske after the liquidation of Femer and Klepper, to the murders.

Lüske was in the scene also associated with the Yugoslav leader Jotsa Jicic and his accomplice Zoran Vrhovac, liquidated in November 2000, in Japanese restaurant Kobe on the Nieuwezijds Voorburgwal. According to an informant of the CIE, Lüske had 'ordered' Jocic to murder Femer and Klepper, according to another he had ‘collaborated’ with the liquidations of the Yugoslavs. The rumours were never confirmed, the organogram has not led to significant action against Lüske.

That Lüske, in any way, had got into serious crime, became obvious in the summer of 2005, just in the time that he devised plans for a grand farewell and retirement, Lüske had just returned from a trip to Las Vegas with his brother Marcel, to see the poker pro there at work, after which he had enjoyed a little holiday in France. He was in a good mood. On the Saturday night of 16 to August 17, he left with his wife and daughter grand café and restaurant Frankendael on the Middenweg in Amsterdam Watergraafsmeer.

They had barbecued in the restaurant, which since October 2002 was owned by Lüske’s son Marcel. Two men approached them, and one of them fired an automatic weapon at Lüske until there were no