1999-09-03----- [Lüske / Chidda] <RAVAGE> "Lüske duikt onder" ||| "Lüske into hiding"

(English below)

==============

Knokploegbaas duikt onder voor celstraf

 

De Amsterdamse officier van justitie A. Zijlstra heeft op vrijdag 20 augustus twee jaar cel, waarvan zes maanden voorwaardelijk, geëist tegen de malafide projectontwikkelaar Bertus Lüske (55) wegens poging tot moord op drie krakers, mishandeling en vernielingen van persoonlijke eigendommen. Verder achtte ze een schadevergoeding op z'n plaats van in totaal 2750 gulden voor vier gedupeerde bewoners van het ADM terrein.

Lüske's afwezigheid bij de zitting zorgde voor enige strubbelingen tussen de rechtbank en advocaat Spong, die tot twee maal toe namens zijn cliënt om aanhouding van de zaak vroeg omdat de OvJ op het laatste moment enkele kleine wijzigingen had aangebracht in de ten laste legging. Hoewel Spong geen idee had waar Lüske verbleef, wilde hij eerst in overleg treden met zijn ondergedoken cliënt. Bij monde van voorzitter Bartels oordeelde de rechtbank dat de verdachte zelf zijn verdediging verzwakte door niet aanwezig te zijn. Sterker, hij had aanwezig moeten zijn omdat dit een van de voorwaarden was bij zijn voorlopige vrijlating, die volgde op 35 dagen voorarrest. Om die reden werd zijn naam meteen weer op de telex gezet van gezochte personen (Er schijnt reeds een aantal behulpzame Amsterdamse krakers te zijn gesignaleerd die, via Lüske's kantoor aan de Weesperzijde, naar zijn woning in Huizen zijn gefietst.).

Toen Lüske's raadsman stug doorging met zijn vertragingstactiek inmiddels was het de schuld van zijn secretaresse dat Lüske er niet was vroeg Bartels Spong om op te houden met zeuren. ,,Wij laten ons door u niet behandelen als kleine jongens'', zo beet hij de advocaat toe, die zich vervolgens op zijn beurt weer beledigd voelde.

Nadat de toon was gezet, kon het inhoudelijke deel van de zaak beginnen, onder toeziend oog van een volgepakte publieke tribune. Daar zaten mensen die precies wisten wat er op die bewuste zaterdagochtend van 24 april 1998 gebeurde op het terrein van de voormalige Amsterdamse Droogdokmaatschappij. Rond zes uur in de ochtend kwam Lüske voor de derde keer binnen een paar maanden langs bij zijn 28 miljoen gulden kostende pand dat sinds oktober 1997 wordt bewoond door dertig krakers. Dit keer was hij in het gezelschap van zo'n vijftien potige kerels en de grootste shovel die hij kon huren.

Lüske had geen zin om nog langer te wachten op een ontruimingsbevel en besloot zelf tot sloop over te gaan. Terwijl er mensen lagen te slapen, begon de shovel het pand af te breken. Dat er geen gewonden vielen door rondvliegend glas en neerdalend beton was een klein mirakel. Ook twee snel aanwezige politieagenten konden Lüske - wiens optreden het midden hield tussen dat van een cheerleader, een kampcommandant en een dirigent van een Fins schreeuwkoor - niet van plan veranderen.

Tussen het commanderen door vond de voormalige bokser nog gelegenheid om één van de bewoners een "gedoseerde" klap toe te dienen, nadat deze geweigerd had zijn vrachtwagen weg te halen die hij ter bescherming voor het gebouw had geparkeerd. Aanvankelijk dacht het slachtoffer dat een van de neanderthalers hem geslagen had, maar het signalement van de dader blond, vadsig, litteken op gezicht bleek overeen te komen met dat van Lüske.

Pas bij het arriveren van meer politie stopte Lüske met zijn "levensgevaarlijke en idiote actie", zoals OvJ Zijlstra het optreden van de beklaagde kenschetste. Dat Lüske een ongebruikelijk tijdstip had uitgekozen (zes uur 's ochtends) en stilletjes kwam aanrijden wijst volgens de officier op een berekende overval.

Omdat de feiten zo ernstig zijn, wilde zij de zaak los zien van alle kraakperikelen. Dat wilde Spong niet, want hij legde de nadruk op de historische context. ,,Het pand is zijn eigendom en nadat hij de sloopvergunning binnen had, wilde hij gaan slopen. Hij snapt gewoon de wet niet en heeft de gevolgen van zijn actie wat onderschat.'' Dat Lüske al twee keer eerder met een knokploeg op het ADM was langsgeweest ook toen hij nog helemaal nergens een vergunning voor had vermeldde hij er niet bij.

Ook de reputatie van Lüske als ongekroonde knokploegkoning kwam niet ter sprake in Spongs verhandeling over de historische context. Interessant was diens bewering dat zijn cliënt het pand wilde slopen omdat de krakers vernielingen zouden aanrichten. Van poging tot moord zou volgens de advocaat geen sprake zijn daar Lüske niet beter zou hebben geweten dan dat de krakers in bootjes en caravans rond de loods sliepen. Even later beweerde de raadsman echter dat Lüske eerst mannen naar binnen heeft gestuurd om te kijken of er niemand lag te slapen. ,,Dit pleit in zijn voordeel, want als er opzet in het spel was geweest had hij het niet nodig gevonden om eerst in het pand te kijken'', aldus Spong.

Over het exacte verloop van de gebeurtenissen lopen de meningen uiteen. De krakers kwamen met vrij consistente verklaringen, terwijl de leden van de knokploeg (werknemers van de bedrijven Steenkorrel B.V., Oudtzwanenburg B.V., D. Kuiper Transport & Kraanverhuur en A&B dienstverlening en advies) met verschillende verklaringen komen over de gang van zaken. Spong zei meer waarde te hechten aan uiteenlopende verklaringen omdat juist deze verschillen een ,,bewijs van betrouwbaarheid'' zijn.

Al met al vond Spong dat Lüske zijn leergeld wel had betaald. Als de rechtbank toch tot een veroordeling komt, zou hij dienstverlening of een geldboete op zijn plaats vinden. De schadevergoeding waar advocate Betty Wind namens vier krakers om vroeg vier maal duizend gulden, door de officier verminderd tot drie maal 750 en 500 gulden voor de geslagen man noemde hij onredelijk. ,,We moeten de pijn over beide partijen verdelen'', meende Spong, die zijn cliënt een ,,slachtoffer van het gedoogbeleid'' noemde, wijzend op de beslissing van het openbaar ministerie begin 1998 om (nog) niet tot ontruiming over te gaan.

Wind die in reactie op Spongs idee over het verdelen van pijn verklaarde dat ,,niemand verdient wat mijn cliënten overkomen is'' zei dat het geringe bedrag slechts een voorschot is op het bedrag dat de gedupeerden zullen eisen bij het kort geding tegen Lüske dat nog volgen zal. Gezien zijn strafblad en reputatie zijn naam komt voor op de door de commissie Van Traa samengestelde lijst van 16 personen die criminele organisaties leiden ziet het ernaar uit dat Lüske terug naar de cel moet en zijn carrière in glamourland, waar hij aan hoopte te beginnen, vergeten kan. De rechtbank doet op vrijdag 3 september om 13.00 uitspraak.

(Patrick)

 

=======================================================================================

bron: Ravage #290 van 3 september 1999 / source: Ravage #290 of September 3th. 1999

===============================================================================================

 

‘Leader of gang of muscle-men goes into hiding to avoid jail sentence’



The Amsterdam public prosecutor A. Zijlstra, demanded on Friday, August 20th. two years in jail, six months probation, against the rogue real estate developer Bertus Lüske (55) for attempted murder of three squatters, man handeling and destruction of personal property. She also thought it was just to demand a compensation of in total 2750 guilders for four aggrieved residents of the ADM terrain.

Lüske's absence at the session caused some frictions between the court and lawyer Spong, who on two occasions asked on behalf of his client to stall the case because the public prosecutor had at the last moment made some minor changes to the charge. Although Spong had no idea where Lüske was staying, he first wanted to consult with his client in hiding. Through chairman Bartels, the court ruled that the defendant himself had weakened his defense by not being present. In fact, he should be present as this was one of the conditions for his provisional release, which followed upon the 35 days remand. For that reason his name was immediately put on the telex of wanted persons (There already seems to a sighting of some helpful Amsterdam squatters, who cycled via Lüske's office at the Weesperzijde, to his home in Huizen).

When Lüske's lawyer doggedly continued his delaying tactics, by now it was the fault of his secretary, that Lüske was not there, Bartels asked Spong to quit whining. ,,We’re not letting you treat us like little boys”, he snapped at the lawyer, who then in his turn felt offended.

After the mood was set, the substantive part of the case could start, under the watchful eye of a packed public gallery. There were people who knew exactly what happened on that fateful Saturday morning of April 24th., 1998 on the terrain of the former Amsterdam Dry Dock Company. Around six o'clock in the morning, Lüske came for the third time within a few months to his 28 million guilders costing building, which since October 1997 is inhabited by thirty squatters. This time he was in the company of fifteen burly guys and the largest shovel he could hire.

Lüske did not want to wait any longer for an eviction notice and decided himself to start the demolition. While people were sleeping, the shovel began to tear down the building. That no one was injured by glass flying around and falling concrete was a small miracle. Also two police officers who came quickly to the scene, couldn’t change Lüske’s scheme. His behaviour was somewhere between that of a cheerleader, a camp commandant and a conductor of a Finnish scream choir.

In between bossing around, the former boxer found also the opportunity to administer a "metered" blow to one of the residents, after he had refused to remove his truck, which he had parked in front of the building to protect it. Initially the victim thought that he was hit by a Neanderthals, but the description of the perpetrator: blond, slothful, scar on the face appeared to be similar to that of Lüske.

Only with the arrival of more police Lüske quit his "dangerous and foolish action", as prosecutor Zijlstra's described the actions of the accused. That Lüske had chosen an unusual time (six o'clock in the morning) and quietly pulled up, points according to the officer, to a calculated raid.

Because the facts are so serious, she wanted to disconnect the case from the squatting issue. That was not OK with Spong, as he emphasized the historical context. ,,The property is owned by him and after he had the demolition permit, he wanted to demolish. He just doesn’t understands the law and has underestimated the consequences of his action." That Lüske already twice before had visited, with a gang of muscle-men, the ADM, when he had not a license for anything, he did not mention.

Also the reputation of Lüske as uncrowned king of the muscle-men’ gangs didn’t come up in Spong's treatise on the historical context. Interestingly, in his assertion he stated that his client wanted to demolish the building because the squatters were wrecking the building. Attempted murder, according to the lawyer, was out of the question, since Lüske didn’t known better than that squatters were sleeping in boats and caravans around the building. But a moment later the counselor claimed that Lüske had firstly sent men in, to see if anyone was sleeping there. ,,This pleas in his favor, because if there had been foul play, he had not deemed it necessary to first look inside the building", according to Spong.

On the exact course of events the opinions differ. The squatters came with fairly consistent statements, while members of the muscle-men gang (employees of the companies Steenkorrel BV, Oudtzwanenburg BV, D. Kuiper Transport & Kraanverhuur and A & B dienstverlening en advies) came up with varying statements about what happened. Spong said to attach more value to varying statements because these differences are ,,a proof of good repute''.

Altogether Spong said that Lüske had paid his dues. If the court nonetheless decided to convict him, he suggested that community services or fines were called for. The compensation where lawyer Betty Wind, on behalf of the four squatters asked for, four times one thousand guilders, reduced by the prosecutor to three times 750 and 500 guilders for the beaten man, he called unreasonable. ,,We have to distribute the pain on both sides'', said Spong, who stressed that his client is ,,a victim of the policy of tolerance'', pointing to the decision (in the beginning of 1998) of the public justice department, to not (yet) proceed with eviction.

Wind in response to Spong's idea of distributing the pain equally, stated that: “no one deserves what happened to my clients’’, and said that the small amount was only an advance on the amount the victims will demand in the lawsuit against Lüske, which will follow. Given his criminal record and reputation, his name appears on the parliamentary inquiry's list of 16 persons that lead criminal organizations, it appears that Lüske has to go back to jail and his career in glamorland, which he hoped to start, has to forget. The court will give it’s verdict on  Friday, September 3rd. at 13.00.

(Patrick)